Lemma's In deze lijst vindt u alle onderwerpen verkort weergegeven waarover in de eerste zeventien jaargangen van de Bergense Kroniek – 38 gewone nummers en 9 themanummers - artikelen werden gepubliceerd. Achter iedere lemma staat het nummer van de Kroniek en het bladzijdenummer waar het artikel begint. De lijst is bijgewerkt tot en met de Bergense Kroniek jaargang 18, nr. 1 van april 2011. Indien u een bepaald nummer van de Bergense Kroniek niet in uw bezit hebt, kunt u het inzien of lenen in de Openbare Bibliotheek van Bergen, of inzien in het Regionaal Archief te Alkmaar of naar de gedigitaliseerde versie te gaan. U kunt op deze rubriek reageren. Daarbij moet het nummer van de desbetreffende Kroniek en de bladzijde worden aangegeven. Reacties kunnen worden gezonden naar het e-mailadres: redactie@hvb-nh.nl
Met behulp van het alfabet dat bovenaan staat, kunt u direct, door met uw linkermuisknop op de hoofdletter van een gezocht woord te klikken, naar de beginletter van dat woord springen. Accijns. Zie Belastingen Akte van goed gedrag.
De schout kon aan een Bergenaar die zich ‘als een
braaf en stil burger’ had gedragen een akte van goed gedrag afgeven. Kr.
1/99, p15; Kr. 1/04, p23. Zie ook Indemniteit Archeologie. 1. De sloop van De Rustende Jager in het begin van 2001 bood de gelegenheid tot onderzoek van een geestnederzetting binnen de bestaande dorpskern van Bergen. De Universiteit van Amsterdam deed een vooronderzoek. Daarna volgde uitgebreider bodemonderzoek door de amateurarcheologen van de Archeologische Werkgemeenschap Nederland. Er werden verkenningssleuven en werkputten aangelegd, waarbij verschillende sporen en vondsten van vroegere bewoning en landgebruik werden aangetroffen. Ook kwamen onder andere 12 waterputten aan het licht. Van zeven periodes van bewoning tot de 19e eeuw worden de vondsten beschreven. Kr. Thema 5/03, p12. 2. Een uitgebreid overzicht wordt gegeven van hetgeen rondom het terrein van de Rustende Jager bij de archeologische onderzoekingen naar boven is gekomen. Sommige objecten werden gerestaureerd, de overige zijn opgeslagen in het Provinciaal Archeologisch depot in Wormerveer. Kr. 2/04, p3 Architectuur. Bergen aan Zee heeft ook vóór de Tweede Wereldoorlog vele bouwvormen gekend. Op stedebouwkundige en landschappelijke basis van H.P. Berlage en L.A. Springer werd in de periode van 1906 tot 1939 een in stijl gevarieerde bebouwing van woningen, hotels en pensions gerealiseerd. Veel ontwerpen kwamen van de hand van de plaatselijke architect P. Elders en van het architectenduo Vorkink en Wormser uit Amsterdam. Verder waren nog enkele architecten uit Bergen in de badplaats werkzaam, te weten Joh D. Wildeboer, J.C.Leijen, J. van Exter en De Heer-Kloots. Kr.Thema 2/96, p8. Zie ook Rustende Jager, De; Plein, Het Atlantikwall. Atlantikwall was de naam van de verdedigingslinie die de Duitsers in de 2e wereldoorlog aanlegde langs de Europese kust van de Noordkaap tot aan Spanje. In Kr. 1/11, p12 kunt u lezen hoe deze Atlantikwall was vormgegeven in het gebied van Camperduin tot aan de zeeweg naar Bergen aan Zee en wat er in deze tijd van is overgebleven. Aandacht wordt besteed aan onderdelen als bunkers, tankwallen, mijnenvelden, kanonnen, afweergeschut, radar en V1 lanceerinstallaties. Zie ook wereldoorlog. Autobusdiensten. Vanaf 1920 hebben verschillende ondernemers autobusdiensten opgezet. De meeste bestonden slechts kort. Een langere tijd bleef de Noord-Hollandsche Autobus Dienst Onderneming (NHADO) bestaan, waarvan in 1920 A. Schalkwijk de alleen-eigenaar werd. In 1939 nam Schalkwijk de busdienst Camperduin-Schoorl-Bergen-Alkmaar over van Jb. De Jong. Na de Tweede Wereldoorlog onderging de busdienst een verdere uitbreiding met een lijn naar Bergen aan Zee. Daarna werd de NHADO overgenomen door de NZH. Kr.Thema 3/97, p13; Kr. 1/99, p23. Zie ook Vervoer
Badbode. Zie Bergensche Bad-, Duin- en BoschbodeBakkerijen. 1. In Kr 1/02, p19, wordt een overzicht gegeven van de bakkers en bakkerijen die – in hoofdzaak in de vorige eeuw – in Bergen gevestigd waren, zowel in het centrum als in de wijken rondom. Aan de orde komen, naast persoonlijke ervaringen, de winkels en het assortiment, de lunchrooms, ijssalons en automatieken. 2. In Kr 1/09, p13, worden opkomst en teruggang van specifiek de brood- en banketbakkersbranche toegelicht, met speciale aandacht voor de (banket)bakkerijen van Roos, Vijn en Dijs. Baljuw. Zie Rechtspraak, Criminele Banken. 1. De geschiedenis van de Roggeveenbank in Bergen aan Zee. Kr. 1/06, p23 Banpalen. Zie Grenspalen Barakkenkamp. Zie Mobilisatie 1939 Bataafse revolutie. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden hield op te bestaan toen op 15 januari 1795, als gevolg van de fel aangewakkerde strijd tussen prinsgezinden en patriotten, en een verdere inval van Franse troepen, stadhouder Willem V naar Engeland vluchtte. De Bataafse Revolutie, zoals deze omwenteling heette, had door de proclamatie van de Rechten van de Mens en Burger van 31 januari 1795 grote gevolgen voor de inrichting van het bestuur in ons land, ook voor de Vrije Heerlijkheid Bergen. Kr.Thema 4, p4 en 18. Zie ook Bergen en de Bataafse Republiek Bataafs-Franse tijd. Zie Belastingen; Grondwer; Nationale Vergadering; Russen; Veebezit; Volkstellingen Begraafplaatsen. 1. In vroeger dagen werden de overledenen op het kerkhof rondom of in de dorpskerk – de Ruïnekerk - begraven. 2. Na een verbod in 1827 om binnen de bebouwde kom te begraven, duurde het tot 1864 tot aan de toenmalige Schoolstraat, nu Ruïnelaan een nieuwe begraafplaats werd aangelegd. Er was een algemeen deel en een katholiek deel. Toen deze te vol raakte, werd ze in december 1965 gesloten. Het terrein en de grafmonumenten worden sinds enige tijd – na een restauratie – door vrijwilligers onderhouden. Kr. 1/98, p4. 3. In 1920 kreeg het dorp een ruim aangelegde begraafplaats aan de Kerkedijk. Het zuidwestelijk deel werd aan de rooms-katholieke parochie toegewezen. Kr. 3/97, p13. 4. Op de Algemene Begraafplaats aan de Kerkedijk werd in 1945 een terrein ingericht voor de stoffelijke resten van 252 gesneuvelde geallieerden. Kr.Thema 1/95, p23. 5. Al in 1940 verschenen er Britse vliegtuigen oven Nederland. Maar in mei 1941 werd een eerste Engelse bommenwerper bij Opmeer neergeschoten. De commandant werd in Bergen begraven op een stukje terrein van de Algemene Begraafplaats, dat door de bezetter bestemd was om gesneuvelde militairen te begraven. In 1943 begonnen de nagenoeg ononderbroken dag- en nachtaanvallen van Amerikanen en Engelsen. Talloze toestellen werden een prooi voor de Duitse vliegtuigen of het luchtafweergeschut. Door de vele slachtoffers die begraven moesten worden, nam de militaire begraafplaats in omvang toe. Uiteindelijk zijn de Duitse graven verplaatst en werden de gesneuvelde Amerikanen overgebracht naar Margraten. Omstreeks 1950 waren er 237 graven van de geallieerden. Besproken worden verder de grafdelvers, verzorgers en beheerders van de graven in de jaren 1945/2005, de monumenten, de herdenkingen en het aantal graven van vliegers en zeelieden van de verschillende nationaliteiten. Kr. 1/05, p16. 6. In Kr 2/09, p9, komen zaken aan de orde als het servituut op de begraafplaats, het verschil tussen katholieke en protestante voorschriften en tradities, de symbolen op zerken en zuilen en de soms bijzondere flora en fauna. Zie ook Bottemanne. Belastingen. 1. Toen in 1745 een Bergense mejuffrouw de haar opgelegde belastingaanslag nog niet had betaald, ontving ze eerst een brief met een sommatiebiljet. Toen betaling uitbleef, richtte de belastingambtenaar zich tot de ‘schout ende Geregte’ van Bergen. Kr. 2/99, p44. 2. Vanouds werd door de overheid een ‘middel op het gemaal’ geheven, een impost op het te malen graan. In 1830 werd dit accijns, dat door de bakkers moest worden betaald, afgeschaft, maar kort daarna lag er een wetsontwerp om het weer in te voeren. In november 1832 zond de Bergense bakker Jacob Leijen namens 63 collega’s in de wijde omtrek een lang rekest hierover aan de Koning. Kr. 1/00, p10. Zie ook Turfvolders Belastingen in de Bataafs-Franse tijd. 1. Aan de dorpsuitgaven moesten ook in de Bataafs-Franse tijd alle burgers van Bergen naar draagkracht bijdragen. In het schotboek werd door de dorpssecretaris genoteerd hoeveel ieder gezinshoofd of alleenstaande bezat, en welk aandeel hij moest betalen van de schotgelden. De cijfers van 1801 geven een beeld van arm en rijk. Kr.Thema 4/98, p12. 2. In 1805 voerde de Secretaris van Staat van Financiën het ‘patent’ in, een soort belasting. Hoe deze in 1811 geheven werd bij een timmerman als toelatingsgeld voor het uitvoeren van zijn beroep, werd in een acte vastgelegd. Kr. 2/99, p44 Bello. 1. Populaire naam van de stoomlocomotief die dienst deed op de lokaalspoorweg Alkmaar-Bergen aan Zee. In 1898 bestonden er twee comité’s ter bevordering van een betere verkeersverbinding tussen Egmond, Alkmaar en Bergen. Ze werden samengevoegd en bereidden een concessie-aanvrage voor. In 1905 werd de stoomtramlijn in gebruik genomen. De opening van de lijn Bergen-Bergen aan Zee vond plaats op 24 juni 1909. Op 31 augustus 1955 maakte de tram haar laatste rit Alkmaar-Bergen-Bergen aan Zee v.v. Kr. 2/95, p34; Kr.Thema 3/97, p6.2 .De laatste rit van Bello op 31 augustus 1955 wordt nog eens met grote nostalgie beschreven. Kr. 2/05, p26. 3 . In Kr 1/09, p6, wordt beschreven hoe 100 jaar eerder in 1909 de spoorverbinding tussen Bergen en Bergen aan Zee tot stand is gekomen, hoe de exploitatie verliep tot aan het eind in 1955 en hoe bestuurders, andere notabelen en bevolking van Bergen zich vanaf het begin in sterke mate betrokken hebben gevoeld bij deze spoorverbinding. BEM. 1. N.V. Bouw Exploitatie Maatschappij Bergen aan Zee (later BV). De bouw van een geheel nieuw dorp aan de kust, de badplaats Bergen aan Zee, vereiste uiteraard zeer grote investeringen. Om deze in goede banen te kunnen leiden werd een maatschappij opgericht. Kr. Thema 3/97, p28. 2. De BEM heeft in de loop der jaren vele werknemers in dienst gehad. Onder andere voor de aanleg van een strandafgang en voor de opstelling van badkoetsen, evenals voor de boekhouding. Kr.Thema 2/96, p19 en 21. 3 . De BEM heeft in Bergen aan Zee verschillende gebouwen en woningen gebouwd en exploiteerde een aantal voorzieningen voor de badgasten. Kr. 2/98, p28 Berdos. Pas in 1979 werd de naam van deze voetbalclub officieel: V.V.Berdos. Daaraan ging een lange geschiedenis vooraf, beginnend met de oprichting in 1915 van de Berger Football Club. In deze geschiedenis speelt de rooms-katholieke achtergrond van de club een grote rol. Over en door de leden van het eerste uur, d.w.z. de oprichting in 1932 van ‘Berdos’, wordt verteld, evenals over de verschillende jubilea die sinds dat jaar zijn gevierd. Kr. 1/07, p22 Bergen aan Zee, Bewoning. Over het jaar 1938 zijn cijfers bekend over de vaste bewoners. Toen de zomergasten waren vertrokken bleef een kleine gemeenschap van ruim dertig families over. Kr. 2/98, p29 Bergen aan Zee, Huisnamen. Aan de hand van een gedetailleerde documentatie en een kaart van Bergen aan Zee van omstreeks 1939 worden, per straat, de vele namen besproken die de woningen in die tijd hadden. Aangeduid wordt welke panden later gesloopt zijn. Kr. 1/06, p18 Bergen aan Zee, Natuur en landschap. In onze archieven bevinden zich talloze geschriften van biologen, geografen, geologen en natuurpublicisten met observaties over natuur en landschap. Velen van hen hebben in hun werken nauwkeurig hun waarnemingen van planten of dieren, processen en landschappen beschreven. Met betrekking tot de duinen van Bergen aan Zee worden met veel boeiende details het werk besproken van Eli Heimans, A.H. Bijleveld en zijn zoon H.A.S. Bijleveld, Cees Sipkes, Jack P. Thijsse, Jan T.P. Bijhouwer, Victor Westhoff, Jan P. Strijbos, P. Tesch en Antonie Pannekoek.Kr. 1/08, p12 Bergen aan Zee, Paal 33. Paal 33 was een wijkvereniging avant la lettre. In Kr. 2/10, p17, wordt beschreven op welke wijze en hoeveel Paal 33 heeft bijgedragen aan de wederopbouw van Bergen aan Zee na de laatste wereldoorlog. Bergen aan Zee, Pioniersjaren.
Na de aanleg van de Zeeweg in 1906 begon de opbouw
van het dorp. In zeven moeilijke jaren groeide de nederzetting in de
wildernis van het duingebied uit tot een dorp met straten, hotels, pensions,
huizen en winkels, met openbare voorzieningen, een postkantoor, een
politiepost, en een spoorweg. Kr.Thema 2/96, p3.; Kr.Thema 3/97, p28. Zie
ook Architectuur; BEM; Wederopbouw Bergense walletjes. In Kr. 2/10, p21, vindt u een inventarisatie van de nog best wel in ruime mate aanwezige restanten in Bergen van historische tuinwallen alsmede een toelichting waarom men van tuinwallen gebruik maakte. Bergen aan Zee - volk aan de deur. In Kr. 1/10, p26, wordt uiteengezet hoe leveranciers in Bergen aan Zee in de naoorlogse jaren boodschappen van klanten thuisbezorgden. Ook ‘venters’ (als de scharensliep) en andersoortige dienstverleners (als de schillenman, de ijzerboer, de voddenman, de puttenzuiger en de meteropnemer) komen aan de orde. Zie ook bij Middenstand. Bergen en de Bataafse Revolutie. Zie Bataafse Revolutie Bergenaren over vroeger (Interviews). Door de jaren heen hebben vele bekende Bergenaren in interviews met de redactie van de Bergense Kroniek hun herinneringen aan vroeger tijden verteld. Het zijn: Sjef de Koning, Kr. 1/94, p14; Carel Colnot, Kr. 2/94, p30; mevr. T. Blokker-Gerritsen, Kr.Thema 1/95, p14; mevr. A. MacDonald, Kr. 1/95, p22; Mevr. J.P. Schutte-Dunk, Kr. 2/95, p32; mevr.J. Oudhof-van der Steen, Kr. 1/96, p22; Thijs Ravenhorst, Kr.Thema 2/96, p6; Johan Schilstra, Kr. 2/96, p44; juffr. Nettie Zeiler, Kr. 1/97, p10; Mies Bloch, Kr. 2/97, p36; Cor Sijpheer, Kr. 1/98, p8; Ing. J.P. Blauw, Kr. 2/98, p37; Jan Swaan, Kr. 1/99, p16; mr. Frits Zeiler, Kr. 2/99, p40; David Kouwenaar, Kr. 1/00, p13; meester S.J. Nijdam, Kr. 2/00, p42; Trien Leijen-Olbers, Kr. 1/01, p20; Piet Mooij, Kr. 2/01, p48; mevr. J. Frans-Ekkel, Kr. 1/01, p28; Lo de Ruiter, Kr. 2/02, p54; Wout Akerboom, Kr. 1/03, p18; Mevr. G. Woudstra-Leering. Kr. 2/03, p56; Ondine Gravemeijer. Kr. 1/04, p20; Tiny Dekker. Kr. 2/04, p18; Theo Hof, Kr. 1/05, p22; Piet Brakenhoff, Kr. 2/05, p24 ; José Siebers. Kr. 1/06, p32; J.P. Laan, Kr. Thema 6, p40. Simeon ten Holt. Kr. 2/06, p21; Jeanne Meyer-van den Ende. Kr. 1/07, p26; Piet Bijwaard. Kr. 2/08, p24 Bergenaren over vroeger (Ingezonden). Veel Bergenaren hebben in de loop der jaren hun herinneringen aan bepaalde gebeurtenissen en de sfeer in het dorp opgeschreven, en aan de redactie van de Bergense Kroniek ter publicatie toegezonden. Het zijn de volgende: Eddy Hopman: Een dagboek van oorlog en bevrijding. Kr. Thema 1/95, p28; D. Zwakman: Herinneringen aan karakteristiek Bergen. Kr. 2/95, p38; Th. J. Brommer: Uit de jaren dertig, Kr. 1/99, p9; Dick Langereis: Opgroeien in Bergen, Kr. 2/01, p35; H.A. van Maanen-Dutilh: Een jeugd in Bergen aan Zee. Kr. 1/02, p26; Jan Ivangh: Herinneringen van een Bergense natuurliefhebber. Kr. 1/03, p13; Marijke Kirpensteijn: Historisch curiosum. Kr. 1/03, p31; Jaap Kroon: Vele Bergenaren hebben herinneringen aan alles wat zich in en rond De Rustende Jager heeft afgespeeld. De herinneringen van negen van hen werden opgetekend. Kr. Thema 5/03, p16; Joop Ranzijn: Herinneringen aan de wijk Tuindorp en omgeving. Kr. 2/03, p51; Pieter Hoogcarspel: Westdorp. Kr. 1/04, p12; Cornelis Modder Kz.: Mijn opa was kruidenier in Bergen. Kr. 2/04, p2; Cornelis Modder KZ.: Bergense bakkersfamilie rond de eeuwwisseling. Kr. 1/05, p26; Ellen ten Berge: Gemobiliseerd in Bergen aan Zee. Kr. 1/06, p24; Haye van der Werf: Bergen aan Zee anno 1950, kleinheid versus onmetelijkheid. Kr. 1/06, p29; Adriaan van Dis: Honderd jaar Bergen aan Zee. Kr. 2/06, p9. Sieuwtje Steenis-Blokker: Herinnering aan ‘Variatie amuseert’. Kr. 2/06, p24. Gea Boswinkel: Het leven van Piet Tiebie aan het Zakedijkje. Kr. 2/07, p12; Hilda Stuyt-Essers: Mijn geboortehuis in Oostdorp. Kr. 1/07, p30; Corrie Stienen-Musch: Het thuisgevoel. Kr. 2/07, p30; Eldert Groenewoud: In Bergen staat een huis. Kr. 1/08, p28; Nettie Zeiler: Een ‘oorlogsplek’ in Bergen. Kr. 1/08, p30. Bergen aan Zee, Natuur en landschap. In onze archieven bevinden zich talloze geschriften van biologen, geografen, geologen en natuurpublicisten met observaties over natuur en landschap. Velen van hen hebben in hun werken nauwkeurig hun waarnemingen van planten of dieren, processen en landschappen beschreven. Met betrekking tot de duinen van Bergen aan Zee worden met veel boeiende details het werk besproken van Eli Heimans, A.H. Bijleveld en zijn zoon H.A.S. Bijleveld, Cees Sipkes, Jack P. Thijsse, Jan T.P. Bijhouwer, Victor Westhoff, Jan P. Strijbos, P. Tesch en Antonie Pannekoek.Kr. 1/08, p12 Bergen en de Bataafse Republiek. Tot de Bataafse Revolutie van 1795 bestond het bestuur van Bergen uit een college van regenten, dat door of uit naam van de Heer van Bergen werd aangesteld. Het bestond uit twee burgemeesters, acht schepenen, drie weesmeesters, vier kerkmeesters en twee armmeesters. Door schout en burgemeesters waren tevens twee achtsluiden benoemd. In plaats daarvan kwam in 1796 het dorpsbestuur op democratische wijze tot stand door middel van stemming door de burgers. Het patriottische bestuur dat op 29 maart van dat jaar werd gekozen, bestond uit vier rooms-katholieken en een gereformeerde burger, terwijl de gereformeerde Joost Ivangh secretaris bleef. Kr.Thema 4/98, p18. Zie ook Bataafse Revolutie; Nationale Vergadering Bergens Harmonie. Een Harmonie heeft zowel koperen als houten blaasinstrumenten en slagwerk. In 1897 werd Bergens Harmonie opgericht als ‘muziekcorps’ (met slagwerk en koperen blaasinstrumenten). Het bestond uit tien leden en droeg de titel Bergen’s Fanfarekorps. Al spoedig nam het toe in ledental en soorten instrumenten, en in 1911 werd het omgedoopt in Bergens Harmonie. Kr. 2/97, p27 en 35; Kr. 1/99, p3; Kr. 2/99, p32; Kr. 2/02, p42 Bergens Mannenkoor. Zie Mannen- en meisjeskoor Bergens wapen. 1., De oudst bekende afbeelding van het wapen van Bergen met de schuinbalk en de zes merletten vinden we op de kaart van Blaeu uit 1661. Dit gemeentewapen is voor vele doeleinden van plaatselijk bestuur gebruikt. Door de samenvoeging van de BES-gemeenten met als naam Bergen, diende een nieuw gemeentewapen te worden ontworpen. Naast regels voor de heraldiek moest rekening worden gehouden met een ministeriële beschikking. Het nieuwe wapen werd bij Koninklijk Besluit toegekend. Kr. 2/01, p38. 2.De geschiedenis van het wapen van Bergen gaat terug tot de 13de eeuw. In Kr. 2/10, p2, wordt de oorsprong van het wapen van Bergen in al zijn varianten beschreven aan de hand van de op dit moment bekende bronnen. Bergense Bad-, Duin en Boschbode. In 1910 liet de VVV de ‘Badbode’ voor het eerst uitkomen. Het blad bevatte onder andere de tarieven van de zeebaden, de dienstregeling van de tram, advertenties en een lijst van alle ‘vreemdelingen’ op dat moment in het dorp aanwezig. Kr.Thema 3/97, p11; Kr. 2/98, p31 Bergense monumenten. Al in 1809 decreteerde Lodewijk Napoleon dat de kerken in Nederland hun gebouwen goed moesten onderhouden. Pas in 1961 kwam de Monumentenwet tot stand, die enkele malen werd aangepast. Besproken wordt de ontwikkeling van inventarisatie van en zorg voor monumenten, landelijk en in de regio. Een belangrijke rol in deze zorg speelt de Stichting Behoud Bouwkunst Bergen (SBBB), die zich inzet voor het historische cultuurgoed in onze gemeente. Kr. 2/07, p19. Zie ook Zuilenhof Bergermeer en Egmondermeer. 1. In Kr. 2/95, p40, wordt de gezamenlijke droogmaking van de Bergermeer en de Egmondermeer beschreven die in 1564-1565 werd ondernomen door Hendrik van Brederode en Lamoraal van Egmond. Een kaart van de Bergermeer uit 1671 speelde een rol in de claims van Alkmaar op grondgebied dat onder Bergens gezag stond. 2. In Kr 1/09, p31, vindt u een beknopt overzicht van de geschiedenis van beide meren en hun drooglegging. Berger IJsclub. Op 12 november 1901 werd de Berger IJsclub opgericht. Ze sloot zich aan bij de IJsbond Hollands Noorderkwartier. R. 1/02, p34 Berger IJssport Vereniging. Zie IJsclubgebouw Berlage, H.P. Beroemd architect, zie Bergen aan Zee - Straatnamen. Bevolking. 1. Op 1 januari 1894 was het zielental van Bergen 1470. Kr. 1/95, p3; Kr. 1/96, p3. 2. Bergen, dat in 1903 1600 inwoners en 430 huizen telde, was in 1925 uitgegroeid tot een dorp van circa 1250 huizen met 4800 bewoners. Kr. 2/00, p40 Bezetting. Zie Duitse bezetting Bijenpark ‘De Linde’. Achter de stolp De Linde aan de Karel de Grotelaan 33 werd begin 1900 een parkje aangelegd. De bewoner ging er zich toeleggen op bijenteelt . Er waren bijenkasten en de imker zorgde ervoor een pijp te roken.
Kr. 2/08, p18 Boekenbezit.
De 18e-eeuwse pachter Cornelis Spruijt had
een merkwaardig boekenbezit. Na zijn dood werd het door notaris W.L. Ivangh
beschreven. Men zou de onderwerpen van de boeken niet bij een gewone pachter
verwachten. Boeken over religie en filosofie, geschiedenis en
rechtsgeleerdheid, wiskunde en alchemie, en diverse andere onderwerpen. De
opsomming van de titels en het commentaar op de collectie wordt voorafgegaan
door een overzicht van de ontwikkeling van het gedrukte woord tot in de 18e
eeuw. Kr. 1/05, p3 Boerderijen. Zie Stolpboerderijen Bogtman Albertszoon, Coenraad. Zwarte Coen, zoals hij werd genoemd, was geboren in 1874 als zoon van een huis- en rijtuigschilder. Zijn levensbeschrijving wordt geplaatst tegen de overgang van de 19e naar de 20e eeuw. Als architect heeft hij in Bergen zijn sporen achtergelaten door het ontwerpen en bouwen van woningen en de aanleg van een tennisbaan. Hij was voorzitter van het Bergens Harmoniegezelschap, en vanaf de oprichting actief lid van de VVV. In 1914 werd hij secretaris van het toen opgerichte Steuncomité. In 1919 werd hij raadslid, later wethouder. Nog vele andere activiteiten staan op zijn naam. Hij overleed in 1933. Kr. 1/08, p2 Bok, Beli. Zie Jonker, Cornelis en Bok, Beli. Boombeplanting. Langs de openbare weg die Bergen met Alkmaar verbindt, werden in 1896 enige rijen wilgepooten geplant. Kr. 1/96, p3 Bottemanne, Franciscus, Josephus. Bij de ruïnekerk kunt u de - vanuit verschillende invalshoeken - opmerkelijke grafsteen vinden van deze in 1829 overleden timmerman. In Kr 2/09, p2, wordt beschreven waar zijn familie vandaan kwam, waarom hij deze grafsteen meekreeg en welke soorten grafstenen en opschriften er waren. Zie ook begraafplaatsen.
Bouwkunde.
In Bergen is nog menig erfenis zichtbaar uit de Duitse
bezettingstijd. Behalve militaire objecten ook gebouwen en bouwsels van
diverse aard. Kr. 2/99, p53 Branden. Een aantal plaatsen waar de Rode Haan kraaide tussen 1852 en 1943. Kr. 1/97, Brandweerwezen. 1. Op 4 januari 1895 werd een uit ingezetenen vrijwillig gevormd brandweercorps van 26 leden opgericht. De geschiedenis van brandbestrijding gaat uiteraard verder terug. In de 16e eeuw waren er keuren met bepalingen over het blussen en het organiseren van bluswerkzaamheden. Ook brand bij het bewerken van vlas kwam voor. Bekend zijn natuurlijk hooibroei en het steken van hooi, alsmede het schouwen van schoorstenen. In 1827 kreeg Bergen de beschikking over twee draagbare brandspuiten. Tot 1947 heette de leider van het corps opperbrandmeester. Kr. 1/95, p3. 2. In 1947 ontbond burgemeester Huygens het bestaande corps van vrijwilligers. Er kwam reorganisatie en nieuw materieel. In 1965 was het corps 36 man sterk; in 1971 was de aanschaf van nieuwe apparatuur bijzonder groot. Vanaf 1982 kreeg de regionale brandbestrijding meer vorm. Kr. 2/97, p42 Brederode. Roemrucht Hollands geslacht, heren van Bergen. Hendrik van Brederode, die leefde van 1531 tot 1568, staat als een van de initiatiefnemers van het Verbond der Edelen ook wel bekend als de Grote Geus en werd alom gezien als de leider van de opstand tegen de koning van Spanje. Na zijn plotselinge dood verkeerde de heerlijkheid Bergen jarenlang in kommervolle omstandigheden. Zie verder Heren en Vrouwen van Bergen. Bunkers. Begin 1941 begon de Duitse bezetter met de bewaking van de kust van ons land en de bouw van kleine versterkingen. Eind 1941 werd besloten tot de aanleg van de Atlantikwall. Onder andere ter hoogte van de Verbrande Pan verrees een bunkerdorp met 34 bouwsels, en landinwaarts nog vijf kleinere complexen. Het bunkercomplex in de duinen aan het strand wordt op een kaart weergegeven. Ook op het vliegveld verrezen bunkercomplexen. Op verschillende plekken zijn nog resten van de verdedigingswerken bewaard gebleven. Kr. 2/05. Zie ook Vliegveld; Duitse bezetting Bus. Zie Autobusdiensten CCapitulatie. Zie Evacuatie Chirurgijn. Na 1550 ging de chirurgijn of heelmeester in de leer in een chirurgijnwinkel en volgde af en toe anatomische lessen. In de Bataafs-Franse tijd kwam er overheidstoezicht op deze opleiding. In 1804 kwam de eerste geneeskundige staatsregeling, waarbij de medische beroepen onder toezicht kwamen te staan. Zo ook in Bergen. De inwoners van Bergen hebben tussen 1777 en het eind van de Bataafs-Franse tijd vier chirurgijns zien komen en gaan. Eén ervan was Walraven Graaff van den Bergh, een rijk man, die in 1801 de goedkeuring verkreeg om in Bergen zijn beroep uit te oefenen. Hij had de apotheek aan huis en beschikte over verscheidene chirurgische instrumenten. Van den Bergh speelde een belangrijke rol in het dorpsleven. Geleidelijk werden onder de Bataafse Republiek de ergste uitwassen van medische onkunde en kwakzalverij uitgebannen. Kr.Thema 4/98, p34. Zie ook Bergen en de Bataafse Republiek Collaboratie. Een kleine minderheid van de Nederlandse bevolking zag in de komst van de Duitsers een mogelijke oplossing voor de crisis in de voorliggende jaren. Na de inval van de Duitsers in ons land op 10 mei 1940 hebben ze op vele manieren met de nazi’s samengewerkt. Men noemden ze collaborateurs. Kr.Thema 1/95, p6. Zie ook Duitse bezetting Colnot, Arnout. Schilder uit de Bergense School. Van zijn hand zijn (onder meer) landschappen met molens. In Kr 2/09, p18, vindt u een beschrijving van twee schilderijen van Schermer molens, de reden dat het Schermer polderbestuur het in 1929 gewenst vond dat deze werden gemaakt en waarom Arnout Colnot de schilder werd. Communisme. De Nederlandse communisten hebben zich tegen het einde van de Eerste Wereldoorlog flink geweerd, onder andere met propagandistische bijeenkomsten, ook in Alkmaar. Het deserteurkamp in Bergen mocht op 30 mei 1918 de tien gearresteerde oprichters van ‘Sovjet in Nederland’ ontvangen. In het revolutionaire gebeuren in onze regio speelde ook de bekende, toen 36-jarige Dirk Arie Klomp een rol. Bergen herbergde een afdeling van de anarchistisch gezinde Internationale Anti-militaristische Vereniging. Kr. 1/99, p13. Zie ook Deserteurkamp Concerten. In mei 1899 liet kastelein Hilbrand zijn café verbouwen tot concertzaal. Op 5 mei vond een optreden plaats van een violist en een violoncellist van het Concertgebouw te Amsterdam, een pianist en een mezzosopraan. Kr. 1/99, p4 Conscriptie. Door de grote verliezen van Napoleon aan vele fronten wordt in de ingelijfde landen de inschrijving voor de krijgsdienst verplicht gesteld. Ieder gemeentebestuur moet een lijst opstellen met de namen en geboortejaren van de conscripts. Dat gebeurt in 1811, 1812 en 1813. Onvermeld is wie in feite werd opgeroepen. Kr.Thema 4/98, p53. Zie ook Frankrijk, inlijving bij Criminele rechtspraak. Zie rechtspraakDamlanderpolder. Deze polder beslaat een langgerekt gebied aan de zuidflank van Bergen en valt in technische zin uiteen in een oostelijk en westelijk gedeelte, gescheiden door de Westdorper Veersloot. Van de polder wordt allereerst een kort historisch overzicht gegeven. Vervolgens worden de archeologische waarden besproken, de historisch-geografische waarden, de monumenten-waarden en de landschappelijke waarden. Kr. 1/98, p18.
Descartes, René. Grote Franse filosoof, die enkele jaren in Nederland verbleef. Toen Anthonie Studler van Zurck in 1641 de Heerlijkheid Bergen kocht en voorbereidingen trof voor de bouw van een nieuw herenhuis, genaamd Het Hof of Het Oude Hof, had Descartes, die naar verluidt regelmatig op verschillende gebieden contact had met Studler van Zurck, een belangrijk aandeel in het ontwerp van de geplande lusthof bij het huis. Kr. 1/95, p5. Zie ook Heren en Vrouwen van Bergen.
Deserteurkamp. 1.
In de Eerste Wereldoorlog werden in Bergen 35 Belgische vluchtelingen opgevangen. Daarnaast werden er van de duizenden in ons land geïnterneerde Duitse soldaten een aantal ondergebracht in een tentenkamp op de Vinkenkrocht, dat later werd vervangen door een barakkenkamp. Toen daar ook deserteurs waren gehuisvest, leidde dat tot zodanige spanning dat verplaatsing
van deserteurs naar een apart kampement noodzakelijk werd. Tegen het protest
van de gemeenteraad in verordonneerde de minister op 2 juli dat er een
‘vluchtoord’ moest komen voor Duitse en Oostenrijkse deserteurs en andere
buitenlanders. Het werd gebouwd op de Ziekenweid aan de zuidkant van de
Kerkedijk. In mei 1918 waren er sinds de oprichting al 1800 personen
ondergebracht. De door burgemeester voorgestane tewerkstelling van de mannen
kwam slecht van de grond. Na de sluiting van het interneringsdepot op 16
november 1918 bleef het deserteurkamp nog tot april 1919 in gebruik. Kr.
1/99, p12. 2. Tegen de komst van een extra deserteurkamp naast het interneringsdepot had het gemeentebestuur tevergeefs bezwaren geuit. Het kwam er toch. In het kamp werd werkverschaffing georganiseerd, waarbij burgemeester Jacob van Reenen nauw was betrokken. Maar de samenwerking tussen hem en de verschillende autoriteiten in het land verliep stroef. Kr. 2/08, p8
Diakonessen, Zusters. Zie Huize
‘Elim’ Dijken.
Zie Polders Distributie.
Als gevolg van de schaarste aan allerlei goederen die
door de Eerste Wereldoorlog ook in ons land ontstond, werden door de
rijksoverheid en de gemeente Bergen vele maatregelen genomen. De inwoners
richtten zelf een steuncomité op, dat een groot aantal taken vervulde: zorg
voor goedkope kleding en voeding en geldelijke steun voor werkelozen. De
overheid verplichtte de boeren bepaalde voedselgewassen te verbouwen en aan
de overheid te verkopen. In 1916 werd de Distributiewet ingesteld; Bergen
reageerde hierop door de stichting van een distributiebedrijf en een
bonnensysteem voor regeringsgoederen. Ook geïnterneerden en deserteurs,
gasten en toeristen waren hiervan afhankelijk. Voor brandstoffen werd
eveneens een distributiebedrijf ingesteld. Kr. 1, p10. Zie ook Interneringsdepot; Deserteurskamp Dokter.
Zie Chirurgijn Doodvonnis.
Zie Rechtspraak, Criminele Doopboeken.
Na de inlijving van Nederland bij Frankrijk in 1811
werd de Burgerlijke Stand ingevoerd. Het werd een officiële taak van de
gemeenten geboorte, huwelijk en overlijden te registreren. De Kerkelijke
overheid, die dat voorheen had gedaan mocht alleen eigen doopregisters
bijhouden. De bestaande doop- en trouwregisters moesten worden ingeleverd,
ook door de pastoor van Bergen. Deze kreeg drie dagen de tijd om afschriften
te maken, en deed dat vanaf het jaar 1760. Kr. 2/98, p47 Dorpsuitbreiding. Toen de renbaan na een kort bestaan werd gesloten, verkocht burgemeester Van
Reenen de grond aan een bedrijf dat landhuizen bouwde. Er verrees ter
plaatse een villadorp met – in 1912 – een hertenkamp in het centrum. In 1917
vond woningbouw plaats op de Zuidergeest, alsmede de bouw van landhuizen
tussen de Studler van Surcklaan en de Lijtweg: het Park Meerwijk. Nadien
ontstonden in het dorp nog vele nieuwe wijken. Kr.Thema 3/97, p10 Droogmakerijen.
Zie Polders Dubbel Blank, wasserij. In Kr 2/09, p22, vindt u de geschiedenis van dit 100-jaar oude familiebedrijf dat klanten bedient in de hele provincie. Duinen. Bij de bestemming, de inrichting en het beheer van de duingebieden zijn altijd veel belangen aan de orde geweest. Het instandhouden van de duinen als zeewering was uiteraard van primair belang, verder speelden de jacht een rol, de landbouw en de verdroging. Sinds 1885 wordt er drinkwater gewonnen. De naaldhoutbebossingen dateren bijna allemaal van het begin van de 20e eeuw, het toerisme ontwikkelde zich vanaf hetzelfde tijdstip. Sinds 1892 is zandwinning in duinen onderworpen aan de provinciale duinverordening. Kr.Thema 3/97, p34. Zie ook Geologie Duinmeier. De duinmeiers pachtten vroeger de duinen van de rechtmatige eigenaren en waren daardoor gerechtigd de konijnenjacht uit te oefenen. Dat gaf wel eens grensincidenten of de vergiftiging van jachthonden. In 1720 was Albert van Wijk als ‘duinmaijer’ actief. Kr. 1/94, p11. Zie ook Kraenoogen; Duinen Duinbeplanting. In 1889 stelde de Hoofdingenieur van de Provinciale Waterstaat Noord-Holland een uitvoerig rapport samen over de toestand van de duinbeplanting. Het bespreekt het beheer door het Hoogheemraadschap van Rijnland, en de delen van de kuststrook die in het bezit waren van particuliere eigenaren. Van de 25 gebieden die konden worden onderscheiden waren er vier in Egmond, Bergen en Schoorl gelegen. Het rapport concludeert dat over het algemeen de toestand van de particuliere duingebieden weinig gunstig genoemd konden worden. Wel was in zeer sterke mate sprake van verbetering in de midden- en voorduinen van mevrouw Van Reenen. Kr. 1/99, p18 Duinmuseum. In 1914 werd op initiatief van Marie van Reenen in het Parnassiapark te Bergen aan Zee het Duinmuseum geopend. Er waren collecties planten en dieren te zien, en in vitrines waren schelpen, vlinders en vogeleieren tentoongesteld. In 1941 werd het museum bruut onttakeld en als paardenstal in gebruik genomen. Pas in 1954 werd het gerenoveerd. Dat was aanleiding voor een uitgebreide expositie van alle leven op duin en strand. Dit hield stand tot 1962; daarna werd het gebouwtje een schildersatelier. In 1977 werd het door samenwerking van vele instanties weer als natuurcentrum geopend, onder de naam ‘Parnassia’. Kr. 2/04, p15 Duinvermaak. Het huidige gebouw werd in 1913 naar een ontwerp van architect J.C.Leijen gebouwd. Op dezelfde plek stond al in 1800 een boerderij; deze verwisselde enkele malen van eigenaar tot in 1860 Klaas Bruin haar kocht en in een herberg veranderde. Men noemde die toen al Duinvermaak, maar ook wel ‘Het Vrouwtje aan ’t Duin’. Beschreven wordt de geschiedenis van deze herberg, die uitgroeide tot een vermaakscentrum met speeltuin, en van 1860 tot 1978 eigendom was van vier generaties Bruin. Kr. 2/07, p5 Duitse bezetting. Op 17 mei 1940 trok de eerste colonne van ongeveer vijftig Duitse militairen per fiets Bergen binnen. De officieren vonden huisvesting in gevorderde villa’s; de gewone militairen onder andere in scholen en hotels. Vila Ulysses te Bergen aan Zee werd in september betrokken door een afdeling van het Doodskoppenregiment van de SS. Kr.Thema 1/95, p5. Zie Vliegveld; V-1 lanceerbanen; Hongerwinter; Joodse gemeenschap; 2e Wereldoorlog Duitse Koloniehuis. Zie Koloniehuizen
Eendenkooi. Zie Vogelkooi Eerste Bergensche Boekhandel. In Kr. 2/10, p14, vindt u de beschrijving van een onbelichte periode uit de vroege geschiedenis van deze bekende boekhandel, te weten vanaf het overlijden van de oprichter Bonda tot de overname door Wilhelmina en Jan Romeny. Evacuatie. 1. In 1943 vonden de Duitsers het noodzakelijk de bevolking van Bergen te evacueren. Vóór 31 januari moest een groot aantal gezinnen zich op het bureau ‘Dorpshuis’ melden en daarna vóór 6 februari meedelen welk evacuatie-adres men had gevonden. Van de 8000 Bergenaren kregen 3000 een vergunning om te blijven. In augustus 1944 werd een verdere evacuatie bevolen, waardoor nog eens 1500 mensen weg moesten. Beide keren zijn er mensen in hun eigen huis ondergedoken. Kr.Thema 1/95, p25. Zie ook Joodse gemeenschap. 2. De capitulatie van Nederland in mei 1940 had in Bergen ook tot gevolg dat voortdurend woningen werden gevorderd; niet alleen voor de bezettingsautoriteiten, maar ook voor oorlogsgeweldvluchtelingen. De evacuatie van 1943 is uiteindelijk volstrekt onnodig gebleken. Kr. 2/00, p48. Fanfarecorps. Zie Bergens HarmonieFrankrijk, Inlijving bij. In 1810 wordt al het land ten zuiden van de Waal bij Frankrijk getrokken. Lodewijk doet afstand van de troon, waarna geheel Nederland bij Frankrijk wordt getrokken. Als Napoleon in 1813 in de Volkerenslag bij Leipzig is verslagen, keert de Prins van Oranje terug naar Nederland. Op 2 december van dat jaar wordt hij als soeverein vorst ingehuldigd. Kr.Thema 4/98, p7. Zie ook Koninkrijk Holland, Conscriptie, Franse troepen in Bergen Franse troepen in Bergen. 1. Als de Bataafse Republiek in januari 1795 een feit is en er zich Franse troepen in ons land bevinden, moeten deze, naast het Bataafse leger, worden ingekwartierd. Vanaf midden 1795 moet Bergen voortdurend zorgen voor het onderbrengen van soldaten en hun paarden, en grote hoeveelheden aan hooi en bossen stro leveren. Ook moeten de burgers allerlei leveranties verrichten voor de verdediging. Op 15 september worden de nog beschikbare paarden en wagens gevorderd. In september beklaagt de municipaliteit zich bij de overheid en de Franse generaal over de plunderingen door de Franse troepen. Kr.Thema 4/98, p41. Zie ook Strijd met Russen en Engelsen. 2. Enkele Bergenaren moeten na 1799 nog steeds in opdracht van het Bataafse bewind allerlei transporten verzorgen, overigens tegen betaling. Als er in 1809 in het Koninkrijk Holland grote troepenbewegingen plaats vinden, moet het dorpsbestuur ook daarvoor wagens, paarden en voerlieden leveren. Kr.Thema 4/98, p49. Zie ook Soldatenbarak; Koninkrijk Holland. 3 . In 1810 wordt koning Lodewijk Napoleon door zijn broer afgezet en wordt Holland bij Frankrijk ingelijfd. Wederom wordt Bergen zwaar belast met extra inkwartiering van Franse militairen en moeten er paarden en wagens worden geleverd. Ook worden er Bergenaren aangewezen als kanonniers/kustbewaarders. Kr.Thema 4/98, p50 Gele Rijders. Zie Korps Rijdende Artillerie Gemeenteambtenaar. Op een gemeentesecretarie kan een werknemer vaak van de ene functie naar de andere worden overgeplaatst. Talloos zijn er de afdelingen en diensten. Een gemeenteambtenaar met een lange staat van dienst (1941/1984) weet dit in een uitvoerige beschrijving weer te geven, en tevens de vele gemeentelijke zaken op te noemen waarmee hij zich mocht bemoeien. Kr. 1, p16 Geologie. De ontwikkeling van ons kustgebied kent een lange geschiedenis. De open kust met een zestal grote gaten sloot zich 5000 jaar geleden door middel van een serie strandwallen. Ongeveer 2000 jaar geleden kwam de uitbouw van de kustlijn tot stand. Er vormden zich duinen, maar tevens treedt sinds de vroege middeleeuwen (500-800) erosie, kustafslag op. De huidige klimaatsverandering kan in de toekomst invloed hebben op de kustlijn. Kr. 2/96, p29 . Zie ook Duinen Gorter, Herman. Het verblijf van de dichter Gorter in Bergen aan Zee, vanaf 1911 tot zijn overlijden in 1927, is geheel verweven met de geschiedenis van de badplaats. Kr. 2/98, p44 Grenspalen. Ook: banpalen. Oorspronkelijk van hout, later van Namense natuursteen. Ze markeren op de uitvalswegen van de gemeente de plaatsen waar de aangrenzende gemeenten beginnen. Aan iedere zijde van een grenspaal is bovenin het wapen van de betreffende gemeente ingehakt. Kr. 2/95, p. 44; 2/96, p40; 2/97, p32 Groenteboer. In Kr. 1/11, p8 vindt u de opkomst beschreven van de groenteboeren en -winkels in Bergen in de 20e eeuw, alsmede een overzicht van alle groenteboeren. Zie ook middenstand. Grondbelasting. Zie Onroerend goed Grondwet. De door het volk in 1796 gekozen Nationale Vergadering, waarin zich drie partijen hadden gevormd, had als belangrijkste taak het opstellen van een grondwet. Het eerste voorstel werd echter verworpen. Een nieuwe Nationale Vergadering werd door een staatsgreep weggezuiverd, een Constituerende Vergadering zette de werkzaamheden voort. Ook in de dorpsbesturen vond intussen een zuivering plaats: in Bergen werd een nieuwe municipaliteit aangesteld bestaande uit de burgers Jan Leijen, Gijsbert Pietersz, Cornelis Kager, Ide Klaas Min en Cornelis Kooijman, zijnde vier rooms-katholieken en één gereformeerde. Tot schout civiel en secretaris werd Joost Ivang (geref.) benoemd. Op 17 maart 1798 werd een nieuwe ontwerp-grondwet door de Constituerende Vergadering aanvaard, en op 23 april werd de definitieve versie aanvaard. Echter, de Fransen, die sinds 1795 het gebied van de Republiek in handen hebben, plegen een staatsgreep, waarna opnieuw verkiezingen worden uitgeschreven. Vervolgens treedt een nieuwe grondwet in werking, de Staatsregeling van 1798. Kr.Thema 4/98, p22. Zie ook Bergen en de Bataafse Republiek; Franse troepen in Bergen Gymnastiekvereniging Be Quick. Een van de oudste verenigingen van Bergen. Vanaf 1928 werden manifestaties van de behaalde sportresultaten gegeven op het toneel van de Rus. Kr. Thema 5/03, p31 Harddraverijen. Zie Renbaan; Dorpsuitbreiding Heerlijkheid Bergen. In 1428 gaf gravin Jacoba van Beieren aan heer Floris van Haemstede de hoge heerlijkheid van het dorp Bergen in leen. Eerder bezat deze al de ambachtsheerlijkheid. Het daaraan verbonden overheidsgezag wordt verklaard vanuit de tijd van Karel de Grote, die over kleinere bestuursdistricten een graaf aanstelde. Deze stelde op zijn beurt rechtskringen in, die in onze streken ambachten werden genoemd. De schout werd de heer van het ambacht. De heerlijkheid met al haar rechten was een bron van inkomsten. Na de Franse Revolutie werd hieraan ook in ons land een eind gemaakt. Kr. 1/00, p5. Zie ook Heren en Vrouwen van Bergen. Heren en Vrouwen van Bergen. 1. Uit genealogische kwartierstaten is een groot aantal namen af te leiden van personen die als eerste heren van Bergen kunnen worden aangemerkt. Kr. 1/94, p4. 2. De heerlijkheid Bergen heeft veel heren en vrouwen gekend. In Kr.Thema 9/10 worden hun geschiedenis, hun oorsprong en hun familierelaties beschreven. U wordt door de geschiedenis geleid aan de hand van de vroege Middeleeuwen, de Hoekse en Kabeljauwse twisten, het beleg van Alkmaar en de gevolgen voor Bergen, de Republiek, de relatie die Descartes had met Anthonie Studler van Zurck (toenmalig heer van Bergen), de Bataafs-Franse tijd en tenslotte de periode van het koninkrijk der Nederlanden. Daarnaast vindt u korte uiteenzettingen over de vroege geschiedenis van onze kuststreek en het graafschap Holland, alsmede over de wortels van ridderschap, feodaliteit en rechten van de heerlijkheid. Hertenkamp. De Hertenkamp is gelegen op een perceel grond, vanouds Groencroft genoemd. Het land was in 1898 eigendom van Jacob van Reenen, die er een renbaan liet aanleggen Na 1910 werd op de renbaan en het gebied rondom villabouw gerealiseerd. Maar op het middenterrein werd door Van Reenen als geschenk aan de bevolking van Bergen, een hertenkamp aangelegd, een schenking die in 1914 officieel door de gemeenteraad werd aanvaard. Damherten, hinden en bokken hebben steeds de Hertenkamp bevolkt, vaak ook ezels, lama’s en andere zoogdieren. Voor de huisvesting en verzorging van de levende have werd een stenen dierenhuis gebouwd. Ook schapen, geiten, konijnen en verschillende vogelsoorten vinden er hun plek. In 1982 werd een Stichting Vrienden van de Bergense Hertenkamp opgericht. Kr. 1/01, p3. Zie ook Renbaan, Muziektent, Van Reenenbank Historisch onderzoek. Wie zelf uitgaat op lokaal-historisch ondrzoek, moet weten wat er daarbij zoal komt kijken: systematisch ordenen van gegevens, literatuuronderzoek en archiefonderzoek. Van belang is ook een overzicht te hebben van de plaatsen waar de archiefbronnen zich bevinden. (Verwijzing naar boek). Kr. 1/96, p4 Historische Vereniging Bergen. Op 15 juni 1993 werd bij notaris mr. F.J. Brons te Bergen de oprichtingsakte verleed van de Historische Vereniging Bergen NH. Bert Veer, Ron Wessels en Ben Min ondertekenden de acte. Over de voorgeschiedenis van de oprichting worden de nodige details gegeven. Kr. 2/03, p35 Hongerwinter. Na Dolle Dinsdag en de Spoorwegstaking beleefde de Bergense bevolking de moeilijkste tijd van de bezetting. Het gebrek aan eten werd nijpend, veel was op de bon. Het tekort kwam meestal van de Bergense boeren. Op hen is in de bezettingstijd een groot beroep gedaan. Naast gecontroleerde productieleveringen gaven ze onderduikers en langskomende stedelingen voedsel. Kr.Thema 1/95, p11. Zie 2e Wereldoorlog Hooibroei en hooistekers. Zie Brandweerwezen Hoopweg. In Kr 1/09, p 29, wordt een terugblik gegeven in de geschiedenis van deze zijweg van de Dorpsstraat. Ook het Spekhok stond op de Hoopweg. Hoopwegpleintje. Een voorbeeld van een kleine wijk van Bergen die sinds het begin van de 20e eeuw wat de bebouwing betreft niet veel is veranderd. Kr. 2/96, p34. Zie ook Spekhok Huisnummers. In november 1907 deelt burgemeester Van Reenen mee dat alle gebouwen in de gemeente opnieuw zijn genummerd. De kosten voor het schilderen van de nummers en de bijkomende werkzaamheden bedroegen 69 gulden. Kr. 2/98, p47 Huize ‘Elim’. Dit huis op de hoek van de Breelaan en het Grootland werd in 1901 gebouwd voor gebruik als familiepension. In 1909 werd het een vakantie- en rustoord voor de zusters diakonessen van de Haagse ziekeninrichting ‘Bronovo’. Van 1922 tot 1930 hield de Hervormde Evangelisatie ‘Maranatha’ haar bijeenkomsten in de kapel van het huis. In later jaren had het verschillende bestemmingen. In 1947 werd het verbouwd tot een dubbele woning. Kr. 1/98, p22 Huize Glory. Zie Russenduin Impost. Zie BelastingenIndemniteit. In 1807 is het voorgekomen dat een inwoner van Naarden, die zich in Bergen wilde vestigen, een valse Akte van Indemniteit of Cautie (=borgstelling, borgtocht) overlegde, Kr. 1/00, p7; Kr. 1/04, p23. Zie ook Akte van goed gedrag Industrie. Bergen heeft vóór en na 1900 enkele industrievestigingen gekend: een kalkzandsteenfabriek, twee stoomzuivelfabrieken en een puddingpoederfabriek. Ze verdwenen deel rond de Tweede Wereldoorlog, en ook later vestigde zich geen noemenswaardige industrie in het dorp. Kr.Thema 3/97, p6 Infrastructuur. 1. Na 1850 werd een begin gemaakt met de verbetering van de dorpswegen en de doorgaande wegen, aanvankelijk door provisorische verharding, later door klinkerbestrating. Kr.Thema 3/97, p5. 2. De ontwikkeling van Bergen aan Zee vereiste een goede wegverbinding met de rest van de bewoonde wereld. In 1905 begon men daarom met de aanleg van de Zeeweg, een karwei dat ongeveer een jaar duurde. Kr.Thema 1/95, p28. 3 . In de jaren 1900-1920 werd het gemeentebestuur geconfronteerd met een groot aantal dringende technische voorzieningen: de aanleg en het onderhoud van wegen en waterwegen, de aanleg van riolering, straatverlichting, gas en elektriciteit, en de drinkwatervoorziening. Kr.Thema 3/97, p16. 4. In de jaren ’90 werden er in Bergen aan Zee ten behoeve van een uitbreidingsplan drie nieuwe wegen aangelegd, wederom met namen van verdienstelijke personen. Kr.Thema 2/96, p20 Inhuldiging Wilhelmina. 1. Op 2 maart 1898 werd een commissie samengesteld tot voorbereiding van een feestviering t.g.v. de inhuldiging van koningin Wilhelmina. Een voorlopig feestprogramma werd ontworpen. Kr. 1/98, p3. 2. De inhuldigingsfeesten werden met grote luister gevierd. Kr. 2/98, p40 Internaten. Zie Ursulinen Interneringsdepot. Zie Deserteurkamp. Inwoners. Zie Bevolking Het gebruik dat bepaalt op welke kalenderdag het jaar begint. Kr. 2/94, p39Jonker, Cornelis en Bok, Beli. In Kr 1/09, p20, vindt u een gezamenlijk portret van het echtpaar Cornelis Jonker en Beli Bok, hij een vooraanstaand dirigent en muziekleraar in de regio, zij een onbekende maar gerespecteerde schilderes, tijdgenote van Matthieu Wiegman en vooral van Charley Toorop, met wie zij dezelfde expressionistische stijl deelt. Joodse gemeenschap . 1. De maatregelen die de Duitse bezetters namen tegen de joodse landgenoten waren mensonterend. Ook in Bergen moesten ambtenaren verklaren niet van joodse bloede te zijn. De joden moesten zich op de gemeentesecretarie melden en met ingang van 1 mei 1942 was iedere jood van zes jaar en ouder verplicht een gele ster op zijn hart te dragen. Al spoedig werden ook Bergense joden naar de jodenwijken van Amsterdam gedirigeerd, vanwaar zij via Westerbork op transport werden gesteld naar de vernietigingskampen. Weinigen van hen ontkwamen aan de massamoord. Kr.Thema 1/95, p7. 2. De anti-joodse maatregelen die tijdens de bezetting in Bergen werden getroffen, bestonden onder andere uit hun registratie, een verbod om te reizen of te verhuizen, verwijdering van joden uit het onderwijs, een verbod om openbare vermaakscentra te bezoeken en het gebod om een gele ster te dragen. Verder werden de Bergense joden gedwongen geëvacueerd naar Amsterdam. Kr. 2/04, p12; 3 . De lotgevallen van de Bergense joden na hun gedwongen evacuatie waren wreed en aangrijpend. Van een aantal van hen worden hierover de bijzonderheden verteld. Kr. 1/05, p12. Zie ook Oorlogsslachtoffers; 2e Wereldoorlog
Kaandorp, Kees. In Kr. 1/11, p30 vindt u beschreven hoe een schooljongen in de oorlogsjaren in Bergen de onderduikers Jaap Min en Henk Zweeris van eten voorzag en wat daar bij kwam kijken. Zie ook bij School en Schoolwezen.
Kaarten en plattegronden. Zie Straatnamen Kadaster. Zie Onroerend goed In de loop der eeuwen hebben verschillende kalenders, stelsels van tijdrekening, gegolden. In de Westerse wereld alleen al waren er drie: De Juliaanse kalender, de thans in gebruik zijnde Gregoriaanse kalender en de Franse Revolutiekalender. Hun kenmerken zijn voor geschied-beoefening van groot belang. Kr. 2/94, p38Kapel. Zie Ursulinen; Huize ‘Elim’. Kapers. Zie Strandingen Karperton. 1. Dit landgoed werd in 1917 op het weiland van de boerderij De Vogelkooi als zomerhuis gebouwd, in opdracht van de Amsterdamse koffiemakelaar Moritz Judell. Architecten waren Jan Wils en Theo van Doesburg. In 1922 liet Judell achter het landhuis een varkensfokkerij bouwen. De vijver van de Karperton werd in 1934 en 1935 aan de familie Pesie verpacht voor gebruik als natuurbad. Het onroerend goed kende nadien verschillende eigenaren. Kr. 1/97, p22. Zie ook Vogelkooi.2 .De varkensfokkerij De Karperton was rond 1920 een landelijk bekend bedrijf door haar moderne indeling en hygiënische opzet. Met een plattegrond, foto’s en uitgebreide tekst wordt dit verduidelijkt. Ook het omringende gebied en de boerderijen aldaar worden beschreven. Kr. 1/01, p16 Kasteleins. Uit 1789 dateert een tapvergunning die door Willem Lodewijk, graaf van Nassau-Bergen, aan ene Cornelis Zoon werd verleend. Kr. 1/99, p15. Zie ook Rustende Jager, De; De Vriendschap
K.C.B., Kunstenaars Centrum Bergen. Opgericht in 1947 door enkele jonge schilders en beeldhouwers om de kunst in al zijn vormen te stimuleren en bij de burger te brengen. Eerste voorzitter: mr. A. F. (Dolf) Kamp, die gedurende vele jaren in functie was. Het KCB, dat circa 25 kunstrichtingen kent, heeft op verschillende locaties expositieruimtes gekend. Thans is het tezamen met de Kunstuitleen gevestigd op het Plein. Kr. 2/97, p31. Zie ook de Rustende Jager.
Kennemer Sportclub.
Zie Renbaan Kerk.
Zie Petrus en Pauluskerk Kermis. 1. De kermis werd in 1894 gehouden op het terrein van de
heer Veenhuijsen, eigenaar van ‘De Rustende Jager’. Kr. 1/94, p3. 2.
Of er in Bergen een kermis kan worden gehouden is een beslissing van de
gemeenteraad. Thans is er alleen een kinderkermis. In de jaren rond de
Eerste Wereldoorlog, tussen 1914 en 1920, besliste de raad om vele redenen
voor een wel of voor een niet. De aanwezigheid van een interneringsdepot en
een deserteurkamp speelde daarbij een belangrijke rol.De attracties van de
kermis waren in die tijd een stuk eenvoudiger, maar pachtgeld moest
uiteraard altijd betaald worden. Kr. 1/00, p16/17. Zie ook
Volksvermakelijkheden Keukenrecepten.
Zie Landmeter Keur.
Op 11 juli 1818 nam de gemeenteraad van Bergen een
besluit tot vaststelling van een keur teneinde een halt toe te roepen aan de
vervuiling en verwaarlozing van de wegen en gronden in de kerk- en
molenbuurten. Het keur somt een aantal wetsartikelen op die de bewoners
weinig ruimte laten. Kr. 1/05, p10 Kinderdijk. De Sint Elisabethsvloed van 1421, een springvloed die op vele plaatsen in
het westen van ons land grote schade toebracht, heeft in Bergen enkele
sporen nagelaten. Behalve Het Mirakel van Bergen, ten eerste een
muurschildering op de gevel van het pand Dorpsstraat 27, die een kind
weergeeft dat in een wieg op de golven drijft. Het onderschrift erbij
vermeldt dat dit gebeuren plaatsvond bij wat van toen af aan de Kinderdijk
werd genoemd. Ten tweede is er de tekst ‘In de Kat van de Kinderdijk’, die
de bovendorpel van de voordeur siert van perceel Hoflaan 16. Kr. 2/02, p35.
Zie ook Mirakel van Bergen Kinderspelen.
Voor de televisie kwam, zocht de jeugd haar vertier in allerhande spelen op
straat. Jongens en meisje wisten zich met allerlei primitief speeltuig en
veel fantasie uitstekend te vermaken. Kr. 1/99, p9 Klomp, Dirk.
Deze journalist was sinds zijn komst naar Bergen in
1910 een niet te verwaarlozen figuur. Hij heeft in onze gemeente vele
activiteiten georganiseerd en onderhield contact met de meeste beeldende
kunstenaars die hier woonden. Bekend is zijn boek De Bergensche School.
Kr.2/99, p49 Klooster.
Zie Ursulinen Kofschip ‘Maria Helena’. In juni 1834 vaart de 17-jarige Cornelis Leijen, zoon
van bakker Jacob Leijen, met de ‘Maria Helena’naar Noorwegen. Aldaar verkoop
hij zijn lading kaas en laadt andere koopwaar in. Evenzo in Dantzig. Met
kerstmis ligt zijn schip in Tonningen, Denemarken, en op 8 februari schrijft
hij nog naar huis. Maar vanaf dat moment is niets meer van het schip en
Cornelis vernomen. Kr. 1/98, p14 Kolenboeren.
Turf en hout zijn oude brandstoffen voor
voedselbereiding en verwarming. De kolen danken we overwegend aan de
Limburgse mijnen. De brandstoffenhandel, die behalve kolen ook produkten als
smeerolie, benzine en petroleum leverde, heeft ook in Bergen goede tijden
beleefd. Het beroep van kolenboer is verdwenen, maar jarenlang waren
steenkolen onze belangrijkste warmtebron. Kr. 2/02, p44 Kolfbaan.
Het kolfspel was in Bergen rond het eind van de 19e eeuw een geliefde binnensport. Bergen heeft verschillende kolfbanen gekend.
In 1876 liet Warner Veenhuijsen, eigenaar van ‘De Rustende Jager’, langs de
Breelaan een kolfbaan aanbouwen. Er werden overigens ook andere activiteiten
gehouden, zoals zanguitvoeringen. Kr. 1/94, p3; Kr. Thema 5/03, p7; Kr.
Thema 7/08, p2 Koloniehuizen. 1. Enkele foto’s met bijschriften van drie
herstellingsoorden aan de Verspyckweg in Bergen aan Zee voor stadse
bleekneusjes., tussen 1908 en 1913 in gebruik genomen. Tevens: In 1930 werd
de grote villa ‘Russenduin’ door de Nederlandsche Bioscoopbond gekocht om
onder de naam Bio-Vakantieoord aan ongeveer 100 kinderen een vakantieoord te
bieden. Kr.Thema 2/96, p16.2 .De ontstaansgeschiedenis, de
inrichting en de bewoning van de drie vakantiekoloniehuizen in de zogenaamde
Koloniehoek van Bergen aan Zee en van de Villa Russenduin, worden uitgebreid
geschetst. Veel van hetgeen zich in de loop der jaren in en rond deze vier
voorzieningen afspeelde, wordt in details beschreven. Ook de geschiedenis
van deze koloniehuizen van na de Tweede Wereldoorlog tot de huidige tijd
komen aan de orde.3. Beschreven wordt de geschiedenis van het Duitse Koloniehuis vanaf 1912 tot heden, en van haar bewoners. Ook de verhalen waarvan het huis kolkte, komen aan de orde. Kr. 2/08, p12. Kr. 1/06, p2 Zie ook Russenduin, Zeehuis, het Koninkrijk Holland.
In 1806 wordt de Bataafse Republiek door Napoleon gedwongen diens broer
Lodewijk Napoleon, aan te stellen tot koning. De instelling van het
Koninkrijk Holland betekent het einde van de Bataafse Republiek. Lodewijk
laat de Nederlandse belangen prevaleren. In 1810 doet hij afstand van de
troon. Kr.Thema 4/98, p6. Zie ook Frankrijk, inlijving bij Konijnenjacht.
Zie Duinmeier Koninklijke dispensatie.
Toen ene Jan Leijen in 1836 wilde trouwen, maar van
bugemeester Van Vladeracken vernam dat zijn leeftijd, 17 jaar, een wettelijk
huwelijk belette, schreef zijn vader, bakker Jacob Leijen, aan koning Willem
I een brief met de nodige uitleg. De Sire liet antwoorden dat hij de
vrijstelling van artikel 144 van het Burgerlijk Wetboek wilde verlenen. Kr.
1/98, p16 Koorvereniging Bergen. In Kr 2/09, p13, vindt u de geschiedenis beschreven vanaf de oprichting in 1919 van deze nog altijd bloeiende vereniging. U krijgt een inkijkje in het reilen en zeilen van een koorvereniging aan de hand van interviews met (voormalige) leden. Intrigerend is de viering van het 50-jarig jubileum. Zie ook Jonker, Bergens Mannenkoor en Mannen- en meisjeskoor. Korps Rijdende Artillerie.
Dit oudste onderdeel van de Koninklijke Landmacht,
ontstond in 1759. De Republiek der Nederlanden kreeg in 1793 twee brigades
rijdende artillerie. In 1799 stond het Bataafse Korps in dienst van het
Franse leger; de geschiedenis van de strijd dat jaar tegen Engelse en
Russische troepen wordt uitvoerig besproken. Evenzo de verdere
krijgsverrichtingen, de uniformen en andere interessante bijzonderheden ovr
het Korps. Kr. 1/07, p3 Kraenoogen.
Giftige zaden ter bestrijding van ongedierte. Ze bevatten onder andere het
dodelijke strychnine. In de loop der eeuwen werden ze door de duinmeiers
geregeld gebruikt; omstreeks 1500 onder andere om de konijnenplaag, waarvan
de boeren veel schade ondervonden, tot staan te brengen. Echter rond 1650
werd het gebruik verboden omdat duinmeiers als gevolg van grensgeschillen
elkaars jachthonden vergiftigden. Maar de jacht bleef nodig om vossen en
hazen te doden. En het gebeurde in 1720 dat in de magen van twee honden het
dodelijk gif werd gevonden. Kr. 1/94, p11; Kr. 2/94, p28. Zie ook Duinmeier Kranenburg. Een beschrijving van de inrichting van huize Kranenburg is te vinden in Kr. 1/10, p12. Uiteengezet wordt hoe de inrichting van een huis samenhangt met de status en het sociale leven van de bewoners van dat huis, in dit geval de familie van Reenen. Ook komt aan de orde dat Jacob van Reenen, de eerste bewoner, in 1882 beneden zijn stand huwt met Marie Völter uit Duitsland en welke invloed dit blijkbaar heeft gehad op de inrichting. Zie ook bij Reenen. Kroon, Jaap. In Kr 2/09, p28, vindt u een schets van het leven, in het bijzonder van de oorlogsjaren, van deze oud-voorzitter en -secretaris van de Historische Vereniging, die vooral bekend is als oud-bestuurslid van de Oranjevereniging en van de stichting ‘Remembrance and Friendship Bergen NH (1939-1945)’. Kruideniers. Tussen 1920 en 1970 werd de handel in kruidenierswaren in vele winkels in en rond het centrum van Bergen bedreven. Behalve kruideniers- en zuivelwaren verkocht men onder andere ook wijnen, reformartikelen, veevoeders en kippenvoer, en zelfs klompen en laarzen. Vaak werden de waren door ‘uitbrengzaken’ per bakfiets uitgevent. Tussen 1910 en 1950 waren er nog 19 kruideniers. Kr. 2/01, p54. In Kr 2/09, p5, wordt de evolutie beschreven die de kruideniersbranche heeft doorgemaakt van de eerste ‘crudenaers’ via grutters en SRV tot aan de supermarkten van nu. U vindt hier ook een overzicht van alle kruideniers in Bergen in de 20-ste eeuw. Daarnaast wordt de ontwikkeling in de 20-ste eeuw toegelicht aan de hand van de zaak van Kraakman. Kunstenaarsdorp. Met de komst van kunstenaars veranderde de sfeer en het karakter van Bergen. In 1902 waren de kunstschilders J.M. Graadt van Roggen en J.G. Veldheer de eersten. Spoedig vestigde ook de beeldhouwer Tjipke Visser zich hier. Na hen volgden er nog vele andere beeldende kunstenaars en over hun werk werd gesproken als over dat van de Bergense School. In 1928 liet de kunstverzamelaar P. Boendermaker een expositiezaal bouwen. Intussen hadden onder anderen ook Gorter, Adama van Scheltema en Roland Holst Bergen als woonplaats gekozen. K. Thema 3/97, p9. Zie ook K.C.B. 2. Een beeld wordt geschetst van de ontwikkeling van Bergen als kunstenaarsdorp in de eerste helft van de 20e eeuw. Kr. 2/00, p40. Zie ook Bevolking Kunstuitleen. Zie K.C.B. Kustafslag. Zie Geologie Kustwacht. In 1917 werd een detachement Kustwacht, bestaande uit 36 militairen en 12 matrozen in Bergen aan Zee ingekwartierd. Kr. 1/94, p14 Landmeter. Op 9 september 1692 werd ene Gerrit Hengeveld na een succesvol afgelegd, verplicht examen wiskunde en geometrie, officieel toegelaten als landmeter. Hij en zij collega’s vervulden een belangrijke rol bij het inpolderen en structureren van het landschap. Ook werd in veel gevallen hun hulp ingeroepen bij het oplossen van eigendomsgeschillen. Landmeter zijn was meestal een parttime job, en uit een notitieboekje dat Hengeveld heeftr nagelaten blijkt tevens dat hij grote kennis van zaken had wat de huisrecepten betreft die in zijn tijd werden gebruikt. Talrijk zijn zijn aantekeningen over fijne gerechten. Hij geeft echter ook verschillende aanduidingen van maatsystemen die destijds gebruikelijk waren. Kr. 1/02, p39 Leijen, Familie. Zie Belastingen; Kofschip ‘Maria Helena’; Koninklijke dispensatie Liedje van den Bergenaar, Het. In 1910 gecomponeerd op woorden van mevrouw M.A.D. van Reenen-Völter, de vrouw van burgemeester Jacob van Reenen. Componist was Philip Loots. Kr. 1/94, p9 Mannen- en meisjeskoor. Gaf o.a. in de jaren 1894 tot en met 1897 onder leiding van P. van Hoorn zanguitvoeringen in de kolfbaan van Warner Veenhuijsen. Ook voerde het verschillende operettes op. Kr. 1/94, p3; Kr. 1/95, p3; Kr. 1/97, p3; Kr. 1/98, p3; Kr.1/99, p3; Kr. 1/00, p8 Maschmeijer. Heinrich Maschmeijer, geboren in 1848 in Aurich, Duitsland, ging op 14-jarige leeftijd in de leer in een manufacturenzaak in Zuid-Scharwoude. Na zijn leertijd trok hij naar Amsterdam, waar hij in 1870, 20 jaar oud, voor eigen rekening zaken ging doen; allereerst in stoffen, later in naaimachines. Nadat hij Zuilenhof in Bergen had gekocht, ging hij forensen naar Amsterdam. Daar nam hij deel aan het muziekleven. Hij belegde zijn winsten in Amsterdamse binnenstadspanden en in Bergense landbouwgronden. In Bergen begunstigde hij een aantal hoofdzakelijk beeldende kunstenaars. Ook was hij lid van de gemeenteraad en was hij actief als industrieel, onder andere door de bouw van een kalkzandsteenfabriek. Hij stierf in 1922. Besproken worden verder het leven van zijn twee zonen August jr. en Rudolf, en van hun nakomelingen. Kr.Thema 7/08, p3 Meelmolen. Bergen heeft ooit een meelmolen gehad. Circa 1930 werd door een Bergenaar met werktuigbouwkundige aanleg, van een koffiemolen een grote, met motor aangedreven meelmolen gemaakt. Tot 1943 werd daarvan door jan en alleman gebruik gemaakt. Kr. 2/01, p37 (Van) melkbus tot rijdende winkel. In Kr 2/09, p24, vindt u de evolutie van de oorspronkelijke melkboeren via de SRV naar de supermarkt van vandaag de dag, met als voorbeeld de melkhandel van Henk Leijen. Tevens een overzicht van alle rijdende winkels. Melkfabriek. Zie Stoomzuivelfabriek Wilhelmina Merelhof, Midgetgolfbaan De. Deze golfbaan werd rond 1954 aangelegd op een braak liggend stuk grond tussen de huizen nabij het centrum van Bergen. Na twee jaar kocht Willem Kuin senior, de vader van de huidige beheerder/eigenaar de baan. De grond wordt gepacht van de gemeente. Er wordt verder verteld over het spel, over gravelbanen en banen op beton. Kr.2/07, p28 Merelhof. Dit bejaardencomplex, dat drie typen huisjes bevat, werd in 1949 in gebruik genomen. Gebouwd door de gemeente werd het in 1964 overgedragen aan een woningbouwvereniging. Het complex had een huisbewaarder en belsysteem. Er worden herinneringen van bewoners beschreven. Kr. 2/08, p20 Merlet. Een merlet is een gestileerde, heraldische vogel die onderdeel is van het wapen van Bergen. Zie bij Kr. 2/10, p2, en ook bij Bergens Wapen. Middenstand. Zie ook Bakkerijen, Slagers, groente- en fruithandelaren, Kolenboeren, Kruideniers, Smederijen, Bergen aan Zee - volk aan de deur, Dubbel Blank – wasserij, Tabakswinkeliers, Zuivelhandelaren, (Van) melkbus tot rijdende winkels Midgetgolfbaan. Zie Merelhof, De Milieuvervuiling. Zie Keur Militaire begraafplaats. Zie Begraafplaatsen Mirakel van Bergen, Het. De Sint Elisabethsvloed van 1421, die in veel delen van Nederland haar sporen naliet, deed in Kennemerland een aantal dijken doorbreken, waarbij onder andere het dorp Petten door de zee werd verzwolgen. Ook de kerk stortte in en de volgende morgen werd tegen een slootkant in Zanegeest een houten kistje met een ciborie en andere gewijde voorwerpen gevonden. Kort daarna vonden gebeurtenissen plaats die door pastoor Amelius en zijn medepriesters als wonderbaarlijk werden beschouwd. Er ontstond een bedevaart naar Zanegeest, alwaar ook een kapel werd gesticht. Kr. 2/02, p37. Zie ook Kinderdijk.2 .Als aanvulling op het onderwerp wordt de geschiedenis weergegeven van de Stille Omgang. Kr. 2/03, p59 Mobilisatie 1939. In verband met de dreigende houding van het Duitse Naziregime ten opzichte van de omringende landen, werd in 1939 ons leger in paraatheid gebracht. De vóórmobilisatie werd op 24 augustus 1939 aangekondigd; op 29 augustus volgde de algemene mobilisatie en op 1 september de staat van beleg. De legering van onze soldaten had voor Bergen en vooral voor Bergen aan Zee grote gevolgen. Kr.Thema 1/95, p4; p14. 2. Vanuit het dagboek van ene korporaal J. Westen, die eind 1939 in Bergen aan Zee gelegerd was, en aan de hand van berichten in het blad ‘Geef Acht’, wordt een beeld gegeven van de vooroorlogse maanden van het soldatenleven in Bergen aan Zee. Onder andere wordt verteld over het bezoek van Prins Bernhard, de ingebruikneming van het Barakkenkamp, gelegen tegenover de Deutsche Ferienkolonie, en de ontwikkeling en ontspanning die de soldaten geboden werd. Kr. 2/07, p23. Zie ook Vliegveld Monumenten. Zie Bergense monumenten Muziektent .
1. In 1897 had Bergen twee muziektenten voor uitvoeringen van het
fanfarekorps. De eerste stond in het bos tegenover De Ronde Kom, de tweede
achter De Rustende Jager. Kr. Thema 3/97, p6. Zie ook Bergens Harmonie. 2 . Rond 1900 stond ook op het middenterrein van de renbaan een
muziektent, waar onder andere in 1903 een concours werd gehouden van de
Provinciale Bond van Fanfare- en Muziekkorpsen. Kr. 1/01, p5
[TOP]
Nasleep van de strijd van 1799.
De municipaliteit van Bergen moet op 25 oktober
aan het Departementaal Bestuur van Texel opgeven welke schade de burgers
door de Engelse en Russische ‘roversbenden’ hebben geleden. 184 burgers doen
aangifte van de vele diefstallen en de enorme schaden aan huizen en
boerderijen. Ook naar het aantal gevorderde wagens en paarden wordt
gevraagd, en naar het aantal dagen dat een 80-tal Bergenaren gewerkt heeft
aan geschutsbatterijen en het begraven van de gesneuvelden. Maar het is al
met al droevig gesteld met de uitbetalingen aan de burgers. Kr. 4/98, p45.
Zie ook Strijd met Russen en Engelsen Nationale Vergadering.
In januari 1796 werden verkiezingen voor leden van een
Nationale vergadering uitgeschreven, die de plaats zou innemen van de Staten
Generaal. In Bergen was men in juni 1795 al begonnen met de voorbereiding
daarvan, en in oktober werd de municipaliteit verzocht een nauwkeurige
telling te doen van alle ingezetenen, niet alleen mannen, maar ook vrouwen
en kinderen. Deze volkstelling hield verband met de vorming van
kiesdistricten. Op 1 maart 1796 kwam de Nationale Vergadering voor het eerst
bijeen. Haar belangrijkste taak was binnen anderhalf jaar een grondwet op te
stellen. Kr.4/98, p21. Zie ook Grondwet Nesdijk.
Een Bergenaar geeft zijn herinneringen weer aan de huizen en hun bewoners
langs de Nesdijk. Kr. 1/02, p24 Noodraad.
Na de bevrijding in 1945 werd uit de burgerij van
Bergen een Noodraad opgericht ter assistentie van de tijdelijke burgemeester
G.J.Lovink. Kr. 2/94, p24 Notweg. Noodweg (not = nut, gebruik en opbrengst van het
land), weg over andermans grond, die toegang geeft tot een stuk land dat
niet aan de openbare weg of een vaart ligt en dient voor aan- en afvoer van
het ‘not’ en al wat voor het gebruik van het land nodig is. Kr. 1/95, p10;
2/97, p47 Nurseries.
Begin 20e eeuw ontstonden in Bergen enkele op tuinbouw gerichte
bedrijven, te weten planten-. en bloemenkwekerijen en een belangrijke
groente-, bloemen- en champignonkwekerij met druivenkassen. Dit laatste
bedrijf droeg de naam Bergen Nurseries Ltd. en besloeg een groot terrein in
de hoek van Oosterweg en Kogendijk. Het bedrijf werd na de Tweede
Wereldoorlog niet voortgezet. Kr. Thema 3/97,
Onderwijs in de 18e eeuw,. In Kr. 1/10, p2 wordt beschreven hoe in de 18e het onderwijs is georganiseerd. Ingegaan wordt onder meer op de ontwikkeling van het onderwijs sinds de 16e en 17e eeuw, de positie van de onderwijzers en de leerstof. Ook de school op ’t Woud komt aan de orde. Zie ook bij School en Schoolwezen. Onderwijzers. In Kr. 1/11, p2 wordt beschreven hoe in de 18e eeuw drie onderwijzers in Bergen gezamenlijk een periode van 100 jaar voor hun rekening namen. Aan de orde komt uiteraard het onderwijzen zelf maar daarnaast wordt uitgebreid ingegaan op hun vele neventaken, die uiteenliepen van bijvoorbeeld koster en voorzanger in de kerk via het innen van allerlei belastingen tot schoonmaker van de kerk en het raadhuis. Zie ook bij School en Scholen. Onroerend goed.
Sinds het begin van de 19e eeuw wordt het
onroerend goed onderscheiden in gebouwde en ongebouwde eigendommen. Ook werd
in die tijd het Kadaster opgericht, een dienst die zodanige gegevens
verzamelde over grootte en kwaliteit van elk perceel dat gedetailleerde
kaarten konden worden samengesteld, de zogenaamde minuutplans. Deze vormden
ook in onze gemeente de basis om de gebruikswaarde van onroerend goed op
uniforme wijze te belasten. Het uitgebreide administratief en cartografisch
geheel resulteerde in 1990 in een uitgebreide Kadastrale Atlas van Bergen.
Tussen 1873 en 1904 waren enkele herzieningen van het belastingsysteem
nodig. Kr. 2/99, p45= Oorlogsslachtoffers.
De Duitse bezetting van ons land in de jaren 1940-1945 heeft het leven
gekost van een groot aantal joodse en andere burgers van Bergen. Kr. 1/00,
p20; Kr. 1/01, p26. Zie ook 2e Wereldoorlog
Oostdorp.
Een overzicht wordt gegeven van het noordelijke
gedeelte van Oostdorp en de bewoning in de eerste helft van de 20e
eeuw. Het betreft het gebied met de straten Natteweg, Koninginneweg, Van
Borselenlaan en Dokter van Peltlaan. Kr. 2/00, p31 Oosterweg.
In een uitvoerig overzicht worden herinneringen van een Bergenaar
weergegeven aan het gebied langs de Oosterweg, van Turfweg tot Van
Borselenlaan en Spoorlaantje. De bebouwing en bewoning van het gebied rond
1950 komen uitgebreid aan de orde. Kr. 2/01, p41 Openluchtheater.
Het eerste openluchttheater was gelegen in de
Maesdammerhof. In 1935 werd een nieuw theater aangelegd in een duinpan
vlakbij Restaurant Duinvermaak. Op de plaats van het theater is nu de
kunstskibaan Il Primo. Kr. 1/97, p14; Kr. 2/07, p8 Orgels.
In de 15e eeuwse Petrus en Pauluskerk,
thans Ruïnekerk genaamd, werden door de jaren verschillende orgels bespeeld.
Over het vroegst bekende, en de vernieling ervan in 1574, zijn veel
bijzonderheden bekend gebleven. In de 17e en 18e eeuw
werd zonder orgel gezongen, en pas in 1854 werd een orgel gekocht, een Hinsz.
Daarvan, en van het in 1913 geïnstalleerde Kruze-orgel, worden de technische
bijzonderheden weergegeven. Laatstgenoemd orgel werd in 1956 door Flentrop
gerenoveerd. Kr. 1/04, p3
Oude Hof, Het. Ook Het Hof te Bergen, Het Huis te Bergen, Het Hof. In 1641 kocht de Leidse aandelenhandelaar Antonie van Zurck de heerlijkheid Bergen van gravin Elisabeth van Lippe. In 1660 betrok hij er een herenhuis met ‘lusthof’, dat hij aan de westzijde van het dorp had laten bouwen. Kr. 1/95, p5. Zie ook Heren en Vrouwen van Bergen. Oude Prins, De. Deze herberg was tot in de 20e eeuw tevens
boerderij. In de 18e
eeuw vonden er verkopingen en aanbestedingen plaats, almede de
Lambertusschouw. Na het midden van de 18 e
eeuw heette het etablissement 'De Herbergh de Prins van Oranjen', of ook wel
'De Oude Prins van Oranghien'. Later volgden andere namen. Kr. Thema 5/03,
p5
Oude Raadhuis. Op 22 december 1903 werd op de plaats van een ouder raadhuis een nieuw raadhuis (met onderwijzerswoning) officieel in gebruik genomen. Het was ontworpen door architect Van der Steur. Intussen spreken we thans wederom van ‘het oude raadhuis’. Kr. 2/08, p 27 Paddenpad
Aan de mobilisatie van 1939
dankt Bergen nog een weg, thans het fietspad Paddenpad. Op 11 november 1939
besloot de legerleiding de Fokker verkenningsvliegtuigen die op het
vliegveld stonden, te verbergen. Ze werden over de Groeneweg en door het
weiland waar nu het fietspad ligt, naar de bosrand getaxied en daar
verstopt. Kort daarna heeft men een weg met noodhangars ingericht. Na de
oorlog kocht de gemeente het weiland en legde bovenop de verharde weg een
fietspad aan. Dit werd door de Werkgroep ‘Redt de pad’ omgedoopt tot
‘Paddenpad’. Kr. Thema 1/95, p19; Kr. 2/95, p37. Zie ook Vliegveld Parnassiapark. In 1907 werd in Bergen aan Zee in de grote duinvallei ten zuiden van de Zeeweg een park aangelegd, het ‘Parnassiapark’. Kr. Thema 2/96, p18 Pastoors. Zie Priesters in Bergen Pensionaat. Zie Ursulinen Pesie’s Natuurbad. Zie Karperton Petrus en Pauluskerk. 1. In 1809 werd de schuilkerk die de rooms-katholieken tot dan toe hadden gebruikt, door brand verwoest. Datzelfde jaar verkreeg de parochie grond aan de Dorpsstraat in eigendom. In 1810 werd er een eenvoudig kerkgebouw opgetrokken, en later, in 1867 een groter. Toen ook deze kerk niet meer aan de te stellen eisen kon voldoen, werd tot vervanging besloten. In 1924 werd de door de Bergense architect J.C. Leijen in gothische stijl ontworpen kerk in gebruik genomen. Kr.Thema 3/97, p13. 2. Allereerst worden bijzonderheden gegeven over de kerken die in 1910 en 1867 werden gebouwd. Op 18 september 1924 werd de huidige kerk ingewijd. De aanvoer van materialen en de bouw zelf verliepen niet altijd vlekkeloos. Verder vinden we de maten van het gebouw alsmede beschrijvingen van onder andere de glas-in-loodramen, het hoofdaltaar, de beelden en de kruiswegstaties, evenals gegevens over de bijgebouwen die in de loop der jaren werden gesticht. In 1965 werd de parochie in tweeën gedeeld: het noordelijk deel werd bij de Europese parochie van de H. Benedictus gevoegd. In 1978 werden ze weer samengevoegd, mét de Nood Gods te Koedijk. Besloten wordt met enkele bijzonderheden van het kerkelijk leven. Kr. 2/04, p6. Zie ook Koorvereniging Bergen Plein, Het. Het werken in de periode 1986–2003 aan het Plein te Bergen, met de verschillende bouwwerken, wordt uitgebreid beschreven. De nadruk ligt op de vervangende nieuwbouw en de vele stedebouwkundige schetsen die aan de inrichting van het Plein vooraf gingen. In de nieuwbouw van het Gusto/supermarkt/apartementencomplex heeft de architect verschillende bouwstijlen opgenomen. Kr. Thema 5/03, p32 Zie ook Rustende Jager, De Plomper, Herman. Themanummer 8, 2009, is in zijn geheel gewijd aan deze eigenaar van een verhuisbedrijf maar vooral kunstverzamelaar, waarbij hij te vergelijken was met (eerdere) verzamelaars als Piet Boendermaker, Dirk Klomp en August Maschmeijer. Met Boendermaker ruilde hij in oorlogstijd schilderijen van de Bergense School tegen eten of tabak. Als tijdgenoot van de schilders van de Bergense School, van Henri ten Holt (met wie hij bevriend was) en van de Cobra schilders kocht hij veel kunst van hen toen ze nog onbekend waren of veel weerstand ontmoetten uit de officiële kunstwereld. Ook ging zijn belangstelling uit naar buitenlandse schilders als Willem de Kooning, Claes Oldenburg, Picasso en Robert Ryman. Hij schonk een deel van zijn collectie aan museum Kranenburg dat hij in de oprichtingsfase ook met financiële donaties steunde. Polders. 1. Oorspronkelijk had Bergen zeven polders en een overkoepelende vereniging van deze polders en de oningepolderde landen. Deze laatste zijn landen die het water rechtstreeks op het ‘boezemwater’ lozen, terwijl de polders hun water via gemalen lozen. Als er in vroeger dagen veel regen was gevallen, kon er niet gemalen worden. Dan was er ‘peil’ en kwam een seinstelsel in werking. In 1966 werden de polders onder Bergen samengevoegd tot het Waterschap Bergen. In 1976 werd alles ondergebracht in het waterschap Het Lange Rond. Kr. 1/00, p18. 2. Ook aan de oostzijde van Bergen is door de eeuwen heen tegen het water gestreden. Het dorp was omringd door meren en werd met uitzondering van de hoog gelegen kern regelmatig door water overspoeld. Door droogmakerijen: de aanleg van dijken en bemaling werden deze meren tot polders. De geschiedenis van het ontstaan van dijken en polders wordt zeer uitgebreid beschreven, en inzicht wordt gegeven in het beheer van de waterhuishouding in al zijn aspecten. Ook de poldermolens worden gedetailleerd beschreven. Kr. Thema 6, p2 en p6. Zie ook Damlanderpolder; Schouw Postbodes. Ooit Postillons genaamd. De eerste ‘postbode’ (en vrachtrijder) in Bergen was Cornelis Vrasdonk, in 1821 door de gemeente aangesteld. Na zijn dood in 1847 nam Jan de Zwaan ‘het briefporten en vrachtrijden’ over. Jan stierf in 1885 en zijn bodedienst ging over in handen van Nicolaas Vrasdonk, zoon van genoemde Cornelis. Men noemde hem ‘Klaas de Post’, want hij vervoerde de postzakken tussen Alkmaar en Bergen. In hetzelfde jaar werd naast de postbode een ‘brievengaarder’ aangesteld, Cornelis Kaandorp, afkomstig uit Castricum. En in 1892 Jan Berends de Jonge. Deze richtte in zijn woning aan de Dorpsstraat een kamer in tot hulppostkantoor. Kr. 1/97, p16 Postkantoor. 1. Toen in 1850 de eerste Postwet van het Koninkrijk tot stand was gekomen, werd in Bergen in 1852 een ‘bestelhuis’ gevestigd. Jan de Zwaan werd bestelhuishouder. In 1856 werd het een hulppostkantoor an Alkmaar, maar in 1892 richtte de brievengaarder Jan Berends de Jonge de helft van zijn woning in tot hulppostkantoor. Het stond op de hoek van de Schoolsgtraat en de Dorpsstraat. Kr. 1/97, p18. 2. In 1892 kreeg Bergen een eigen telegraafkantoor, dat echter zeer verwarrend ‘rijkstelephoonkantoor’ werd genoemd. De dienst was ondergebracht in de winkel van Piet Brouwer aan de Raadhuisstraat. Na een verbouwing van de winkel werd deze in 1908 tot ‘hulptelefoonkantoor’. In 1907 waren de eerste telefoonnummers toegekend. Kr. 1/98, p13; Kr.2/01, p31. 3 . In 1908 nam burgemeester Jacob van Reenen actie om de diensten Rijkstelephoon (aan de Raadhuisstraat) en Hulppostkantoor samen te voegen. Hij kocht van Nicolaas Vrasdonk diens woning (nu Het Sterkenhuis) op de hoek van het Smallepad en de Oude Prinsweg en het aangrenzende stuk grond. Architect H.P. Berlage ontwierp een postgebouw met dienstwoning voor de directeur. In 1910 opende het gebouw zijn deuren. In de jaren daarna breidde de PTT-diensten zich sterk uit; in 1923 telde de dienst 17 beambten. Kr. 2/99, p33 Predikanten in Bergen. Op 26 juni 1900 werd de predikant van de hervormde gemeente te Bergen ter aarde besteld. Kr. 1/00, p9 Priesters in Bergen, 1. De toelating van priesters in Bergen, dat in de 16e eeuw een grotendeels katholiek dorp was, heeft veel voeten in de aarde gehad. Bekend zijn de namen van de negen tussen 1688 en 1802 ‘geadmitteerde’ pastorale werkers. Eén ervan, pastoor Joan Nanning, (*1689-1761) benoemd in 1720, onderhield goede contacten met Adriana Eleanora van Teijlingen, weduwe van Adriaan Studler van Zurck. Zij toonde grote belangstelling voor de R.C.Statie van Bergen. Kr. 1/96, p14; Kr. 2/96, p36. 2. Op 15 augustus 1897 herdacht pastoor F. Koevoets dat hij 40 jaar priester was.Op 5 juli 1899 herdacht hij dat hij 25 jaar geleden plechtig werd geïnstalleerd. Op 17 januari 1900 overleed pastoor Koevoets. Kr. 2/97, p35; Kr. 2/99, p31; Kr. 1/00, p8. 3 . Eind januari 1900 werd pastoor J.F.B. van Delft als opvolger van pastoor Koevoets in Bergen benoemd. Kr. 1/00, p8 Pyrotechniek. Op 1 augustus 1897 gaf August Maschmeijer jr., die zich toelegde op de pyrotechniek, een groot vuurwerk. Volgens de Alkmaarsche Courant was ‘het geheel handig en flink in elkander gezet’. Kr. 2/97, p35; Kr.Thema 7/08, p15
Raadhuis. Op 10 november 1902 had de eerste/steenlegging plaats van het nieuwe raadhuis (nu Oude Raethuijs) met onderwijzerswoning. Kr. 2/02, p43; Kr. 2/03, p43 Rampenbosch. 1. Beschreven wordt het geslacht Ramp, dat in de 16e eeuw Huyse Rampenbosch liet bouwen als een ‘buiten’, en dan vooral voor de jacht. Het huis werd volgens schriftelijke bronnen rond 1640 verwoest, maar herbouwd, en kende verscheidene bewoners. Maar dan kan al gesproken worden van de neergang van het nageslacht. In 1775 bleek het huis zodanig bouwvallig dat het werd afgebroken. Kr. 2/06, p6. 2. Buitenhuis van de Haarlemse familie Ramp, waarschijnlijk in 1507 gebouwd en gelegen bij wat nu de Slotrampweg wordt genoemd. Dit waterkasteeltje, dat ook wel ’t Huijs Ramp of Slot Ramp werd genoemd, is door vele kunstenaars getekend. Het werd in 1775 afgebroken. Kr. 2/94, p25. 3 . Nadat zowel van Huis Rampenbosch als van het Hof te Bergen de geschiedenis kort is beschreven, worden hun interieurs vergeleken. In de17e en 18e eeuw werden om verschillende redenen boedelinventarissen opgemaakt. De details die daaruit voor beide huizen worden gegeven en de vergelijking van de inboedels, tonen de mate van welstand van hun eigenaren. Kr. 1/03, p3. Zie ook Oude Hof, Het Rechtspraak, criminele. 1. De heerlijkheid Bergen bezat onder de graven van Holland als ‘hoge of halsheerlijkheid’ zowel de hoge als de lage rechtspraak. De baljuw trad op als hoogste gezagsdrager. Samen met zijn leenmannen spande hij de hoge vierschaar. Hij was voorzitter van het gerecht, spoorde misdadigers op en eiste de straf. Na het vonnis was hij belast met de tenuitvoerlegging van de straf. Kr. 1/96, p4. 2. Bij vonnis van de Hooge vierschaar werd Willem Jacobsz. alias Willem Stad, oud 24 jaar en geboren te Bergen, tot de dood door de strop veroordeeld. Hij had gestroopt, gestolen, diverse paarden gekocht zonder te betalen en talloze andere misdaden in de gehele Noordkop begaan. Kr. 2/06, p3. 3 . Eind 1773 kreeg baljuw Van Vladeracken te maken met een inbreker, Jan Oostendorp, die gevlucht was en veilig meende te zijn voor vervolging van zijn misdaden door in het leger dienst te nemen, waar hij werd ingedeeld bij een garnizoen in Leeuwarden. Toen de garnizoenscommandant aldaar weigerde hem uit te leveren, heeft de baljuw persoonlijk bij de Prins van Oranje de zaak uitgelegd, waarna Jan Oostendorp aan de gerechtsbode Jan Ivangh werd overgedragen. Het verslag dat de gerechtssecretaris, Willem Lodewijk Ivangh, van de rechtszitting, het vonnis en de executie maakte, wordt in detail weergegeven. Kr. 2/05, p3. 4. Na de val van de Republiek der Verenigde Nederlanden kwam op 16 maart 1795 van de Provisionele Volksrepresentanten van Holland de vraag wie in de municipaliteit Bergen tot baljuw was aangesteld. De baljuw is de ambtenaar die – anders dan de schout – belast is met de hoge of criminele rechtspraak, waar met lijfstraf kan worden gestraft. Besloten werd de stemgerechtigde burgers op te roepen tot stemming. Bij meerderheid van stemmen werd de secretaris Joost Ivangh tot baljuw gekozen. Kr.Thema 4/98, p19. Zie ook Baljuw. 5. In Kr. 1/09, p2, wordt de berechting beschreven van Geertrui, een landloopster en dievegge die in 1798 werd gevat. Reenen, Jacob van. 1. Als oudste zoon van Jan Jacob van Reenen, eigenaar van Bergen, volgde Jacob van Reenen in 1883 zijn vader op. Hij erfde de eretitel Heer van Bergen en werd door de minister van Binnenlandse Zaken tot burgemeester benoemd. In een gemeenteraadvergadering is ooit de vraag gesteld of in zijn functioneren als burgemeester geen belangenverstrengeling aan de orde was. Wanneer was hij ondernemer, wanneer hoogste ambtenaar in het dorp met oog voor de belangen van de bevolking? Als ondernemer: eigenaar van een landgoed van ruim 1500 hectare, het grondbezit ondergebracht in een bouw- en exploitatiemaatschappij (de BEM), bouwer van villawijken en stichter van een badplaats. Als burgemeester: ruim 35 jaar de hoogste plaatselijke bestuurder, die met groot gezag de besluitvorming over de ontwikkeling van het dorp naar zijn hand weet te zetten. Zijn vrouw Marie speelde bij dit alles een niet onbelangrijke rol. Langzaam verdween door de jaren de vanzelfsprekendheid waarmee de familie Van Reenen in het dorp heerste. Toch heeft Bergen baat gehad bij de initiatieven die de familie op persoonlijke titel en met privékapitaal heeft genomen. Kr. 1/02, p3. 2. Enkele persoonlijke herinneringen aan Jacob van Reenen worden beschreven. Kr. 2/00, p46. 3 . Besproken wordt de stroeve samenwerking tussen burgemeester Van Reenen en de leiding van het deserteurkamp in Bergen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Kr. 2/08, p8. 4. Vanwege zijn inzet bij de totstandkoming van het Russenmonument heeft Jacob van Reenen twee keer, in 1901 en in 1908, een Russische onderscheiding mogen krijgen, lees verder bij Kr. 2/10, p30. Zie ook onder Kranenburg, Van Reenenbank, Renbaan, Heren en Vrouwen van Bergen. Reenen, Jan Jacobus Henricus van. De vader van Jacob van Reenen werd in 1821 in Amsterdam geboren. Op 30-jarige leeftijd kocht hij de Heerlijkheid Bergen, inclusief het landhuis ’t Hof, een uitgestrekt duingebied en de bijbehorende strook strand. In 1853 vestigde hij zich in Bergen met zijn echtgenote, jonkvrouwe Wilhelmina Rendorp van Marquette. Hij mocht de titel Heer van Bergen voeren, een titel die uiteindelijk een eretitel was geworden. Jan Jacob leefde als een edelman op zijn landgoed en overleed in 1883. Hij liet een vrouw met twaalf kinderen achter. Kr. 1/04, p4. Zie ook Kranenburg, Heren en Vrouwen van Bergen. Reenen-Völter, mevrouw van. In 1926 werd aan de voet van het duin waarop de villa Ulysses staat, een borstbeeld onthuld van mevrouw M.A.D. van Reenen-Völter. De vrouw van burgemeester Jacob van Reenen is, behalve door haar maatschappelijke activiteiten, vooral bekend geworden als stichteres van Bergen aan Zee. Er werd een comité opgericht dat de opdracht tot het maken van het monument verstrekte aan de Bergense beeldhouwer Tjipke Visser. Zijn monument en latere aanbouwen worden in detail beschreven, evenals de gebeurtenis van de onthulling van het beeld. Kr. 2/05, p16. Zie ook Sterkenhuis, Kranenburg, Heren en Vrouwen van Bergen. Renbaan. 1. Nog vóór 1894 verpachtte burgemeester Jacob van Reenen aan de Kennemer Sportclub een stuk grond in het bosgebied noordwestelijk van de Kerkbuurt. Er werd een baan aangelegd met stallen voor paarden en eenvoudige tribunes. Al spoedig werden er harddraverijen gehouden met paarden en sulky’s en met ringrijden. Kr. 2/94, p23; Kr. 1/97, p12; Kr. 2/98, p40; Kr. 2/99, p31 en 32. 2. In de winter van 1899/1900 onderging de renbaan grote veranderingen wat betreft de lengte, de gebouwen en de paardenstal. Kr. 1/00, p8/9; Kr. 2/00, p38/39. 3 . De renbaan had maar een kort bestaan; er werd op het gebied een villapark gebouwd, dat later de naam Van Reenenpark kreeg. Op het middenterrein van de voormalige renbaan werd in 1912 de Hertenkamp aangelegd. Kr. Thema 3/97, p10. Zie ook Hertenkamp Ritsema, Jan. Kr. In Kr 1/10, p23, vindt u een interview met deze burgemeester van Bergen van 1971 tot 1996. In zijn turbulente ambtsperiode vinden plaats: de crisis rond het koloniehuis Jong Nederland waarin wethouder Kees Corver een belangrijke rol speelde, het begin van de gasboringen, het munitiecomplex aan de Groeneweg, de brand in het Ursulinenklooster, de bouw van de Sporthal naast de Europese School, de ingebruikname van het nieuwe (inmiddels oude) stadhuis aan Elkshove, de onthulling van het beeld van Adriaan Roland Holst bij de Ruïnekerk en de uitreiking in 1988 door koningin Beatrix van de Adriaan Roland Holstprijs aan Eva Gerlach. Ruïnekerk. De inhoud wordt beschreven van een boekwerk uit 1774, getiteld ‘Het tweede eeuwgetij van Bergens Kerkverwoesting’. Auteur: de Bergense predikant Andreas Kok. Aan de orde komen de aanleiding voor het boek en een beschrijving van de drie grote onderdelen waarin uit de feitelijke geschiedschrijving van de kerk bestaat. Kr. 2/08, p2. Zie ook Orgels. Zie ook Hertenkamp Ruïnelaan. Een uitgebreid overzicht wordt gegeven van de geschiedenis van deze laan vanaf circa 1918, van de woningen, pensions en winkels, en van de bewoners. Kr. 1/01, p12 Russen. De veldslagen van 19 september en 2 oktober 1799 tussen Russen en Engelsen enerzijds en het Bataafs-Franse leger anderzijds maakten vooral bij het Russische invasieleger talloze slachtoffers. Op diverse plekken werden ze begraven, onder meer daar waar de (thans) Russenweg en de Notweg elkaar ontmoeten. Zie ook Russenmonument Russenduin. 1.
Begraafplaats van de Russen die op 2 oktober 1799 in
de slag bij Bergen sneuvelden. 2. Huis Russenduin, van 1916-1918
gebouwd voor August Janssen. Door zijn dood in 1918 werd het nooit bewoond.
Het werd allereerst gekocht door zijn zoon P.W. Janssen jr. en in 1930 door
de Nederlandsche Bioscoopbond. In de jaren ’60 werd het gebouw gekocht door
de Verenigingskerk, die er de naam Huize Glory aan gaf. Kr.Thema 2/96, p22.
Zie ook Koloniehuizen Rustende Jager, De. 1. Van deze Bergense 'Jager', vanouds een logement en herberg, bestaat een aantal tekeningen. In de 18e eeuw vonden er verkopingen en aanbestedingen plaats, evenals de Bonnefaas schouw. In de 19e eeuw was de Rustende Jager een centrum van vermaaksactiviteiten. Door de jaren heeft de herberg vele kasteleins gekend. Na 1900 werd meestal gesproken van 'De Rus'. De uitbreidingen tussen 1660 en 1963 kunnen uit kadastrale tekeningen worden gevolgd. Kr. Thema 5/03, p2. 2. In een beknopt overzicht wordt weergegeven welke delen van de Rustende Jager in het nieuwbouwproject werden gehandhaafd en welke werden gesloopt. Kr. Thema 5/03, p40. 3. Vanaf 1949 mocht het KCB de oude stal van de Rustende Jager gebruiken voor exposities. De expositie van 1956, met kunstenaars als David Kouwenaar, Lucebert en Jaap Mooy, leidde tot grote ophef: de (ook landelijke) pers was uiterst negatief, de toeloop aan bezoekers was ongekend groot en dit gold ook voor de hoeveelheid klachten die vooral uit katholieke hoek kwamen. Uiteindelijk zag de burgemeester zich genoodzaakt de expositie te sluiten, nadat in eerste instantie de toegang al was verboden voor jongeren onder de 18 jaar. In Kr. 1/11, p22 vindt u alles terug over deze “Rel in de Rus”. Zie ook Plein, Het , KCB Scheepsrampen.
Zie Strandingen Schermersloot.
Zie Vaarwater Schietvereniging Diana.
Een schuttersgilde heeft Bergen nooit gekend, maar wel
werd er voor het plezier geschoten. De Schietvereniging Diana werd 17
december 1894 opgericht. Er werd op twee banen geschoten, op de plek waar
thans de Zandhoeve staat. Toen het terrein door Jacob van Reenen verkocht
was aan Isaac Willekes MacDonald, stelde deze het niet meer aan Diana
beschikbaar. Op 15 januari 1925 werd de vereniging ontbonden. Kr. 2/94, p23;
Kr. 1/96, p8; Kr. 1/01, p10; Kr. 2/01, p31/33; Kr. 1/02, p8; Kr. 2/03,
p42/43 Schietvereniging De Vrijheid.
Opgericht 26 oktober 1956, met een voorlopig
bestuur (Jan H. Kollmer, voorzitter; op 7 november Piet J. Borst). Sinds
1992 maakt de schietclub deel uit van de Berger Sport Vereniging. Kr. 1/96,
p10 Schipleedswegje.
Zie Veldnamen School, Landbouwhuishoudschool.
Zie Ursulinen School, Kweekschool.
Zie Ursulinen Schoolwezen in de Bataafs-Franse tijd. In de twee basisscholen van Bergen, de
Hoofdschool en de school in Wimmenum, werd rond 1800 de catechismus geleerd,
lezen, schrijven en rekenen. Er was geen leerplicht, en de animo voor de
schoolgang was gering. De taak van de schoolmeesters was echter
welomschreven, en niet gering. In die tijd deden zich veel veranderingen
voor op didactisch gebied, met efficiënter leermethoden en –boeken. De
lijfstraf maakte plaats voor andere benaderingen. Het plaatselijk bestuur
stelde toezichthouders, de zogenaamde schoolarchen aan en vaardigde
schoolreglementen uit. In 1801 kwam de eerste Nationale Schoolwet, waarin
onder meerdere de onderwijsinspectie werd ingesteld. De visitaties van de
schoolopzieners brachten ook in Bergen problemen aan het licht. Er
ontstonden conflicten tussen schoolmeester, dorpsbestuur en rijksorgaan,
evenals tussen de schoolopziener en de municipaliteit. Ondanks alle
problemen is er echter in de jaren na 1795 veel ten goede veranderd in het
onderwijs te Bergen. Kr.Thema 4/98, p26. Zie ook Bergen en de Bataafse
Republiek Scholen, Kleuterschool.
Zie Ursulinen Scholen, Openbare. 1.
De Hoofdschool voor basisonderwijs, gelegen in de Kerkbuurt, daar waar nu de
tuin is achter het voormalig raadhuis aan de Raadhuisstraat; een stenen
gebouw met een rieten dak. Kr. Thema 4/98, p 26. 2. Een kleine
school, eveneens voor basisonderwijs, lag buiten het dorp in de voormalige
kapel van Wimmenum op Het Woud. Ze was eveneens van steen, maar brandde in
1865 volledig af. Kr.Thema 4/98, p26. 3 . Openbare lagere school
(school voor gewoon lager onderwijs) aan de Schoolstraat (de latere
Ruïnelaan) hoek Dorpsstraat, gebouwd in 1845. Van 1886 tot 1926, veertig
jaar lang, werkte er juffrouw Van der Oord. De school werd ca. 1933
gesloopt. Kr.Thema 3/97, p24. 4. Openbare ulo-school, Beemsterlaan 6,
in 1921/22 gebouwd naar het ontwerp van architect J.D. (John) Wildeboer. In
1968 werd het een mavo-school. De school werd in 1989 ontruimd en in 1993
afgebroken. Kr. 2/94, p34; Kr. 1/96, p12. 5. Op 17 juni 1931 werd aan
het Spaansche Pad de eerste steen gelegd voor een nieuwe school, de Van
Reenenschool. Beschreven worden de voorgeschiedenis, de bouw en de
gebeurtenissen in de jaren 1939-1945. Daarna volgen bijzonderheden over de
renovatie van 1974-1978 en over het schoolleven tot 2006, het jaar waarin de
school 75 jaar bestond. Kr. 1/07, p17 Scholen, Bijzondere, 1.
Op het terrein van de Zusters Ursulinen aan de
Loudelsweg werd de St. Ursula lagere school gebouwd. Kr. 3/97, p8. 2.
Op 4 december 1930 werd aan een rustige laan de r.k. jongensschool Sint
Adelbertus geopend. Verteld wordt de geschiedenis over een periode van 75
jaar: de schoolmeesters, de verbouwing, de oorlogsjaren en de
onderwijsvernieuwing. Kr. 2/05, p14 Scholten. In Kr. 2/10, p22, vindt u de historie beschreven van dit Bergense familiebedrijf dat begon in de jaren na de 1-ste wereldoorlog als bottelarij van bier in de Jan Jacobstraat. Het bedrijf overwon allerlei hobbels, groeide uit tot een groothandel met een ruim assortiment van allerlei dranken en merken, was lang gevestigd in de Dorpsstraat en vond uiteindelijk aan de Bergerweg een plek. Schouw.
Boeren of burgers die waterlopen om hun land of erf
hebben, behoren twee keer in het jaar de sloten schoon te houden. Bij de
schouw wordt gecontroleerd of het water bij regenval snel kan wegstromen.
Deze wordt thans gehouden door het waterschap Het Lange Rond. Kr. 1/00, p18.
Zie ook Polders; Rustende Jager, De; Oude Prins, De Schulpweg.
De kaart van Blaeu van omstreeks 1660 laat een pad
zien vanaf het punt waar nu de voormalige boerderij De Franschman staat,
naar zee. Het heeft op de kaart de naam Schilp Slagh (schelpenpad). Het
heette later Schulpweg en werd door de vissers gebruikt om hun vracht
schelpen naar de loswal nabij de Fransman te rijden. Daar werden ze
overgeladen voor vervoer door sloten en vaarten naar kalkbranderijen. Om het
bezit van deze weg is in 1799 verwoed gestreden in de duingevechten tussen
soldaten van de Bataafse Republiek en van Engeland en Rusland. Kr.Thema
2/96, p22. Zie ook Russenduin Servituut. Een last waarmee een erf (= onroerend goed) bezwaard
is ten bate van een aangrenzend erf van een andere eigenaar. Ook
erfdienstbaarheid. Jacob Van Reenen , heer van Bergen, heeft door middel van
servituten, in feite vernuftig opgestelde notariële akten, de ruimtelijke
ordening van zijn heerlijkheid weten te regelen. Onder andere werden
bestemmingen van grond, bouwvergunningen en ook het gebruik van het
onroerend goed aan beperkingen onderworpen. Kr. 2/94, p35; Kr. 1/95, p18.
Zie ook Bergen en de Bataafse revolutie Sint Antoniusstraat.
In een uitvoerig overzicht worden de herinneringen
weergegeven van een Bergenaar aan de straat waarin hij vanaf 1925 woonde. De
huizen, de bewoners en de activiteiten die in de straat plaats vonden,
worden beschreven. Kr. 2/02, p48 Skibaan Il Primo.
Zie Openluchttheater Slachthuis, Bergens. In Kr 1/09, p25, wordt beschreven dat de gemeente als uitvloeisel van de nieuwe wet op de Vleeskeuring in 1929 een slachthuis oprichtte en hoe dat slachthuis functioneerde tot de sluiting in 1954.
Slagers, groente- en fruithandelaren. 1. Een overzicht wordt gegeven van de slagerijen in Bergen in de 20e eeuw, en van de groente- en fruithandelaren. Tevens wordt een beeld gegeven van de verkoopactiviteiten in deze middenstandsbranches. Kr. 2/02, p58. 2. In Kr. 2/10, p9, wordt de geschiedenis van het slagersvak beschreven, de laatste 100 jaar door middel van een persoonlijk relaas van Cees Ruijter, daarnaast vindt u een overzicht van de slagers van Bergen. Zie ook Middenstand Smederijen. Een overzicht van smederijen in Bergen vindt u in Kr. 1/10, p8. In detail komen de smederijen van Nicolaas Hoebe en - in mindere mate - die van Jacob Rijniersce aan de orde. Zie ook Middenstand. Soldatenbarak.
Al vanaf 1798, als de Bataafse Republiek drie jaar
bestaat, wordt in Bergen gesproken over het bouwen of inrichten van een
barak in een bestaand pand voor de huisvesting van militairen. In 1804
eindelijk koopt het dorpsbestuur een huismanswoning met erf in de Kerkbuurt
en laat het pand verbouwen tot een kazerne. Diverse Bergenaren werken mee
aan het realiseren van 60 slaapplaatsen. De levering van de fournituren (het
beddegoed) wordt een zaak van grote wanorde. Kr.Thema 4/98, p48 Spekhok.
Van oorsprong de benaming voor een donkere koele kast om spek te bewaren.
Later een (even klein) cachot, dat onder andere op het Hoopwegpleintje
stond, voor twee hooguit drie arrestanten. Kr. 2/96, p34 Spoorweg. Zie Bello Staatsgreep.
Zie Grondwet Statenbijbel. Na bekrachtiging in 1626 van de Staten-Generaal van het verzoek van de Synode van Dordrecht om een gemeenschappelijke bijbel voor gereformeerden samen te stellen, is door een groep geleerden de bijbel rechtstreeks uit de oudst bekende bronnen in het Grieks en Hebreeuws vertaald. Het werk was klaar in 1637 en werd direct wijd verspreid: tot 1657 werden een half miljoen exemplaren gedrukt, reden waarom de Statenbijbel van groot belang was voor het onderwijs als het gaat om het gebruik van een gemeenschappelijke Nederlandse taal. Kr. 1/10, p2. Zie Synode van Dordrecht. Sterkenhuis. 1. Het historisch museum van Bergen. In Kr. 1/10, p13, wordt beschreven hoe Marie Völter-van Reenen rond 1900 de 1-ste aanzet gaf tot dit museum. Tevens in Kr. 1/10, p31, een inleiding op de zomertentoonstelling van 2010 ‘Ontwaken van een dorp, hoe Bergen bekend werd (1880-1910)’. 2. Veel stukken in de collectie hebben een slechte conditie waardoor ze niet aan de bezoekers kunnen worden getoond voordat ze zijn hersteld, in Kr. 11/1, p31 vindt u drie voorbeelden. Zie ook Bergen aan zee, Straatnamen Stille Omgang.
Zie Mirakel van Bergen; Kinderdijk Stolpboerderijen. De vierkante constructie van binnen en het pyramidale
dak daarboven maken een boerderij tot stolp. Wat vorm en
indeling betreft kunnen stolpen in in vele soorten worden onderscheiden.
Daaronder stolpen met ‘rijke’ details, zoals dakspiegels en ronde
schoorstenen. In Bergen zijn vrijwel alle boerderijen – circa tachtig –
stolpen van het Noord-Hollandse type. Enkele daarvan zou men ‘poenhoeven’
kunnen noemen. Aandacht wordt ook besteed aan de vraag of de stolp toekomst
heeft, onder andere gezien de grote onderhoudskosten. Kr. 2/03, p37 Stoomtram.
Zie Bello Stoomzuivelfabriek Wilhelmina.
Deze ‘melkfabriek’ was van 1906 tot 1950 in
bedrijf en had een uitgebreid leveringsprogramma (Verwijzing naar een boek).
Kr. 2/94, p43 Straatnamen.
Zie Bergen aan Zee, Straatnamen Strandingen. 1. Vóór 1906 strandden er tenminste 45 schepen ter hoogte
van Bergen. Twee daarvan waren: in 1771 de Vrouwe Engelina Margaretha en in
1877 het Nederlandse Linieschip de ‘Wassenaar’. Een gedrukte rijmprent van
vijftien strofen herinnert aan laatstgenoemde ramp. Na 1906 strandden: de
Glenmore (1908), de Lavinia en de Renate Leonhardt (1917), de Fram IJm 80
(1929) en de Katingo (1954). Kr. 1/94, p6; Kr. 2/95, p28. 2. Op 31
augustus 1777 strandde het VOC-schip Overhout bij Egmond aan Zee, de lading
spoelde in Bergen aan Zee aan. Vier dagen later, op 4 september, was het de
beurt van de tjalk De Jonge Metje, die men, lek geslagen, op het strand van
Bergen aan Zee liet aandrijven. Van deze laatste stranding bestaan
uitgebreide, notarieel vastgelegde getuigen-verklaringen van de stuurman en
een eerste matroos. Daarin wordt de gehele tocht verteld vanaf het vertrek
op 19 augustus vanuit Emden tot de fatale 4e september. Van de
Overhout wordt een korte geschiedenis gegeven. Kr. 1/04, p9. 3. De
goederen van de gestrande Overhout, die eigendom waren van de Verenigde
Oost-Indische Compagnie (VOC), zijn het voorwerp geweest van een
briefwisseling tussen de Heer van Bergen en het VOC. Deze stukken behoren,
zoals alle VOC-archieven, tot het Werelderfgoed. De Overhout was op de
terugweg van haar tweede grote reis naar Batavia en had een grote, niet
nader bekende lading aan boord. Kr. 2/07, p2. 4. Eind november1803
strandde ‘onder den Banne der Heerlijkheid Bergen’ het Engelse brikschip the
Jeyn, met een door het Franse kaapschip Hazard genomen lading. Die was
afkomstig van de Jane of Teignmouth, het prijsschip dus. De secretaris van de
schout en schepenen van Bergen, Joost Ivang, schreef over de kaping en
stranding een uitgebreid verslag. Verder worden over de veiling van de
lading interessante bijzonderheden gegeven. Kr. 1/07, p8 Strandvonderij. 1. Het recht op al dat op het strand aanspoelde was van
oudsher voorbehouden aan de heer van Bergen. Per 1 september 1852 is dit
heerlijke strandrecht vervallen. Daarmee kwam een einde aan de taak van
Hendrik van Vladeracken (1815-1852) als opperstrandvonder. Na genoemd jaar
verviel het beheer van de strandvonderij aan de burgemeester. Als
hulpstrandvonders, allen beëdigd door de Commissaris der Koningin, traden
o.m. op: Dirk Haasbroek, Cor Schotten (+1989) en Bep Hollenberg *1924-1994.
Op 20 mei 1989 volgde Welmoed Hollenberg, eerste vrouwelijke strandvonder in
ons land, haar vader op. Kr. 2/95, p27. 2. Toen op 24 december 1771
het schip Vrouwe Engelina Margaretha, dat een lading koffiebonen aan boord
had, ten noorden van Egmond aan Zee op de kust was gelopen, zagen ondanks de
bewaking vele Bergenaren kans zich grote hoeveelheden koffiebalen toe te
eigenen. Dat had gevolgen. Kr. 1/95, p8 Strandwallen.
Zie Geologie, Zanegeest Strijd met Russen en Engelsen.
Op 19 september 1799 krijgt een Russisch/Britse krijgsmacht, de opdracht
zuidwaarts te trekken en die dag Bergen in te nemen. Ondanks zware gevechten
weten ze Bergen, waar op dat moment 1929 Fransen en Bataven gelegerd zijn,
te veroveren. De Russen plunderen het dorp grondig. Later die dag worden de
aanvallers door Franse en Bataafse troepen alsnog verslagen. Op 2 oktober
wordt echter een tweede aanval ingezet, nu in de duinen. In deze hevige slag
sneuvelen 3000 vijanden, vooral Russen. De strijd wordt in de duinen en op
het strand voortgezet met grote verliezen voor beide legermachten.
Uiteindelijk wordt het invasieleger op 6 oktober bij Castricum verslagen.
Een viertal Bergense burgers heeft door alle oorlogshandelingen de dood
gevonden. Kr.Thema 4/98, p43. Zie ook Russenduin; Nasleep van de strijd van
1799
Studler van Zurck, Anthonie. Heer van Bergen van 1641 - 1666, bouwde het Oude Hof, was bevriend met Descartes. Zie ook Descartes, het Oudenhof, Heren en Vrouwen van Bergen.
Synode van Dordrecht. Kr. 1/10, p2. In 1618 en 1619 de eerste gezamenlijke reeks van vergaderingen in Dordrecht van de Nederlandse Gereformeerde kerk, in aanwezigheid van buitenlandse geloofsverwanten. Doel was om gemeenschappelijke standpunten in te nemen over prangende geloofskwesties, met name ten aanzien van de verschillen tussen remonstranten en contra-remonstranten. Een belangrijk besluit dat niet direct met geloofskwesties te maken had, maar wel verstrekkende consequenties had, was het verzoek aan de Staten-Generaal om het initiatief te nemen tot de totstandkoming van een eerste officiële Nederlandstalige bijbel. Zie Statenbijbel. [TOP]
Tabakswinkeliers.
Tabakshandelaren waren ook in
de vorige eeuw ruim in Bergen vertegenwoordigd. Hun namen en vestigingen in
de verschillende wijken worden uitgebreid beschreven. Enkele advertenties
uit die tijd versieren het overzicht. Kr. 1/03, p12 Telegraaf en telefoon.
Zie Postkantoor Tennisbanen en -parken. 1.
Het tennisspel, overgewaaid uit Engeland, kreeg in
1885 waarschijnlijk voor het eerst voet aan de grond in Haarlem. In 1899
werd de Nederlandsche Lawn-Tennis Bond opgericht. Al in 1909 nam Jacob van
Reenen het initiatief voor de aanleg van twee banen in een deel van het
Parnassiapark in Bergen aan Zee. In 1914 werd er een aantal andere
voorzieningen bij gebouwd, evenals nog twee banen. In 1987 volgden een
aantal transacties met het eigendom van alle voorzieningen. De twee oudste
banen waren in 2006 nog in gebruik. Kr. 1/06, p16. 2. De geschiedenis
wordt verhaald van een kleine eeuw tennis in Bergen. Allereerst worden
enkele verdwenen banen besproken, daarna wordt van De Molenkrocht en alles
wat er betrekking op heeft, de historie verteld. Besproken worden verder: de
tennisclub en het clubhuis van de Europese Gemeenschappen Petten, tennis en
clubgebouw bij de BSV, de Tennis Club Bergen TCB, het tennispark ‘De Nes’,
en tot slot het teniispark ‘De Bedriegertjes’ aan de Pinksterbloemweg. Kr.
2/06, p15. Tijdmeter. In het zwembad van het Bio-Vakantieoord (nu Huize Glorie) functioneerde ooit een ingenieuze tijdmeter, die tevens als prikklok dienst deed. Later kwamen dit mechanische uurwerk in de kelder van het gebouw terecht.
Enige tijd geleden werden alle onderdelen overgebracht naar de woning van een Bergense klokkenmaker en aldaar, na onderzoek en herstel, geïnstalleerd. Kr. 2/08, p28. Tijdrekenkunde. Zie kalenderstijlen; Jaarstijlen Tol.
Eind februari 1900 werd de tol op de Bergerweg wederom verpacht, en wel voor
een som van 1450 gulden per jaar. Kr. 1/00, p8 Toponiemen.
Zie Veldnamen Travalje. Een hoefstal om een paard te beslaan. Er stond een travalje vóór de
dorpssmidse van Hoebe aan de Kerkstraat 3. Ze werd in 1919 afgebroken. Kr.
2/95, p38; Kr. 2/96, p45 Turfvolders.
Als in de 18e eeuw in Bergen turf werd
aangevoerd, meestal in tonnen, moest in verband met de belasting de
hoeveelheid nauwkeurig worden bepaald. In 1749 was vastgesteld dat de maat
van de Leidse tonnen maatgevend was. Om turf te mogen lossen moest de
turfvolder, die ook wel turftonder werd genoemd, beëdigd zijn. Kr. 2/00,
p36. Zie ook Kolenboer Ursulinen, Zusters. 1. In 1903 werd op een 32 hectaren groot terrein ten zuiden van de Loudelsweg begonnen met de bouw van een groot complex, bestemd voor een zusterklooster en gebouwen voor verschillende door hen geleide activiteiten. Er verrezen: een gebouw waarin het pensionaat St. Antonius, een kweekschool voor onderwijzeressen en de St. Ursula lagere school; verder een landbouwhuishoudschool en een koepelkapel en in 1927 een Retraitehuis. Het was een dorpje op zich, met eigen voorzieningen. Toen in de jaren ’90 de internaten overbodig waren, werd een groot deel van de gebouwen gesloopt en verrees op de vrijgekomen grond een woonwijk. Kr. Thema 3/97, p8. 2. In vogelvlucht wordt de geschiedenis beschreven van het klooster van de zusters Ursulinen aan de Loudelsweg. Ook de onderwijsinstellingen en de internaten die de zusters gehad hebben, worden genoemd. Kr. 2/05, p8. 3. In Kr. 1/11, p19 vindt u een beschrijving van het leven van Piet Donders, leraar en oud-directeur van de kweekschool van de zusters Ursulinen; het artikel geeft inzicht in het leven van een middenstandsgezin in de tijd voor en na de 2e wereldoorlog, in de onderwijsvernieuwingen van de jaren 60 en in de maatschappij van na de oorlog. Zie ook bij School en Schoolwezen.
V-1
lanceerbanen.
In augustus 1993 werd in het bos bij de Kranenburgerlaan de fundatie
uitgegraven van een lanceerbaan die de Duitsers in 1945 aangelegd hadden
voor de lancering van de beruchte vliegende bom, de V-1. Kr. 1/94, p16. Zie ook 2e Wereldoorlog Vaarwater.
De afdamming van de Schermersloot in de 18e
eeuw heeft nog diezelfde eeuw tot talloze waterstaatkundige problemen
geleid, echter zonder oplossingen. Pas aan het begin van de 20e
eeuw kwam deze afdamming weer in de belangstelling door problemen met het
wegenonderhoud. Om dit ontlasten stelde Jacob van Reenen, bestuursvoorzitter
van de Vereniging van Polders, voor de sloot voor de scheepvaart geschikt te
maken door het opruimen van de afdamming, het uitdiepen van de sloot en de
aanleg van een loswal. Dit bood Bergen een goed vaarwater. Echter in de
jaren twintig van de vorige eeuw groeide het gemotoriseerde verkeer over de
weg snel, met als gevolg concurrentie met het verkeer over water. In 1936
werd de Schermersloot opnieuw afgedamd. Tot slot wordt de betekenis
beschreven van de familie Van Reenen in de waterschapsbesturen. Kr. Thema 6,
p26 Van Reenenbank.
Jacob van Reenen is met de Hertenkamp letterlijk en
figuurlijk verbonden door de monumentale granieten Van Reenenbank, die
ontworpen werd door de Bergense kunstenaar Tjipke Visser. Deze werd in 1923
aan Van Reenen aangeboden bij zijn aftreden als burgemeester. Kr. 1/01, p9.
Zie Reenen, Jacob van Van Reenenpark.
Zie Renbaan Van Reenenschool.
Zie Scholen, Openbare Veebezit in de Bataafs-Franse tijd. De schotboeken, waarin de dorpssecretaris in de Bataafse-Franse tijd het
bezit van ieder gezinshoofd of alleenstaande noteerde, werd ook het bezit
aan runderen, paarden, schapen en varkens genoteerd. Cijfers geven de
aantallen over een reeks van jaren. Het bezit van paarden bracht met zich
mee dat men verplicht was er een op de paardenmarkt te brengen. In het
Bergen van 1800, waar de hele economie van het dorp op de koe dreef, was de
kwaliteit van de ‘springstier’ een onderwerp van voortdurende zorg. Voor de
boeren was ook het ijken van maten en gewichten van groot belang. Kr.Thema
4/98, p12. Zie ook Belastingen in de Bataafs-Franse tijd Veekeuring. Uit 1865 dateren de uitgebreide instructies die B&W van Bergen aan een pas
aangestelde keurmeester van vee gaven. Kr. 1/99, p15 Veldnamen. (Ook toponiemen). Weiden en akkers, moerassen, hoogten en laagten, venen,
grienden en andere velden hebben sinds de vroege middeleeuwen, en wellicht
ook daarvóór, altijd een eigen naam gehad, zodat de mens eenduidig naar een
bepaald stuk grond kan verwijzen. De studie van veldnamen, die ook wel
toponiemen worden genoemd, kan ons veel leren over de cultuurhistorie van
een dorp of stad. Vooral wat betreft het gebruik van de grond in de loop der
jaren. Kr. 2/94, p41; Kr. 2/96, p46 Veldwachter.
In augustus 1904 werd Johannes van der Kerk, afkomstig
uit Friesland, beëdigd als gemeenteveldwachter in Bergen. Behalve de
dagelijkse zorg voor de openbare veiligheid had de veldwachter in die tijd
ook een regulerende taak bij alle belangrijke gebeurtenissen in het dorp. In
1924 werd Johannes van der Kerk tot chef-veldwachter benoemd. Hij werd in
1931 gepensioneerd. Kr. 1/95, p14 Verbeeck, Arthur.
Deze Vlaamse schilder werd in 1874 in Kieldrecht
geboren. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog vluchtte hij naar
Nederland, waar hij na verblijfsperiodes in Harderwijk en Amsterdam
uiteindelijk in Bergen terecht kwam. Daar bleef hij zijn interpretatie van
het Vlaams luministisch impressionisme trouw. Beschreven worden zijn jeugd
en opleiding in Antwerpen en zijn bloeiperiode in Bergen. In 1929 vertrok
hij, 55 jaar oud, naar Londen, waar hij zijn schilderwerk voortzette en de
jonge Vlaamse schilderes Lilly ontmoette. Van haar kreeg hij een dochter,
Veerle. Hij stief in 1932. Kr. 1/08, p7 Vervoer. 1.
Mobiliteit is voor burger én misdadiger altijd een
noodzaak geweest. In de 17e en 18e eeuw werd voor
grote afstanden meestal de trekschuit genomen. Over land was er de
postkoets. De snelste manier om ergens te komen was het huren van een paard
of een rijtuig. Men kwam tollen en overzetten tegen. Kr. 2/06, p4. 2. Gefietst
werd er al vóór 1900 en daarna kwamen vrij spoedig de eerste auto’s op
straat. Het algemene dorpsvervoer was in de eerste decennia van de 20e eeuw in belangrijke mate in handen van de stalhouderijen. Deze zorgden onder
andere voor transport bij trouwpartijen en begrafenissen en voor
zadelpaardenverhuur. Met de komst van dagjesmensen boden ze – op vaste
standplaatsen - ook koetsjes aan voor rondritten. Met de toename van het
autoverkeer kwamen ook de vrachtdiensten op. Aanvankelijk was daaraan niet
zo’n behoefte geweest omdat er gedurende lange tijd veel over water werd
vervoerd. Tot 1930 bleven er scheepvaartverbindingen bestaan, onder andere
met Amsterdam. Kr. Thema 3/97, p7. Zie ook Bello; Autobusdiensten; Vaarwater Verzet.
Na de Duitse bezetting werd het verzet landelijk op
vele manieren georganiseerd. In Bergen werd het aanvankelijk uitgevoerd door
een netwerk van contactpersonen. Een aantal van hen deed het
onderduikerswerk. De Verzetsgroep Bergen raakte geleidelijk ook betrokken
bij het gewapende verzet en bij overvallen. Kr. Thema 1/95, p9 en 11. Zie
ook Duitse bezetting, 2e Wereldoorlog VHS Bergen. 1.
De Volkshogescholen Bergen waren oorspronkelijk o.m. gevestigd in een villa
aan de Duinweg naar Schoorl, genaamd De Zandhoeve. De eerste steen ervan
werd in 1925 gelegd door Isaac Willekes MacDonald. Kr. 1/95, p23. 2.
In 1991 vond een fusie plaats van de Volkshogescholen Bergen (waaronder ‘t
Oude Hof en De Zandhoeve) met Het Zeepaard te Schoorl en de vormingscentra
Dijk en Duin te Hoorn en De Haaf te Bergen. Daardoor ontstond een grote
Noord-Hollandse instelling onder de overkoepelende naam ‘VHS Bergen,
vorming, training en advies’. Kr. 2/97, p39 Vliegramp 1954.
Zie Willem Bontekoe Vliegveld.
In 1937 werd begonnen met de aanleg van een militair
vliegveld aan de Groeneweg in de Bergermeerpolder. In 1939 kon het worden
opengesteld voor de eerste toestellen. Vanaf 24 augustus van dat jaar, met
de aankondiging van de mobilisatie, werd een begin gemaakt met de
inkwartiering van enkele duizenden militairen in Bergen aan Zee. Bij de
inval in ons land op 10 mei 1940 verschenen al om 4 uur ’s morgens Duitse
verkenners en bommenwerpers boven Bergen. Bij het eerste bombardement werden
acht Fokker vliegtuigen vernield en kreeg het landingsterrein talloze
bomkraters. Op 14 mei verlieten de laatste Nederlandse Fokkers het
vliegveld. Kr. Thema 1/95, p4. Zie ook Mobilisatie; Paddenpad, 2e Wereldoorlog Voetbalclub.
Zie Berdos Vogelkooi. Zeker sinds 1660 werden in de Bergermeer eenden gevangen. Op de kaart van
Blaeu is de vogelkooi, van het roggen-eimodel, dat wil zeggen met vier
uitlopers of ‘vangpijpen’, nauwkeurig weergegeven. De eerste kadastrale
kaart (1832) toont een boerderij genaamd De Vogelkooi, toen de voornaamste
boerderij in de Bergermeer. Bij deze boerderij werd in 1917 het landhuis
Karperton gebouwd. Kr. 1/97, p20. Zie ook Karperton Volkstellingen in de Bataafs-Franse
tijd. In de jaren 1795 tot 1813 werd in ons
land een bevolkingsadministratie opgezet. Er werden volkstellingen gehouden
en tevens tellingen van de aantallen huizen en vee. Het inwonertal van
Bergen tussen 1796 en 1809 is in tabellen vastgelegd, evenals de aantallen
woningen. Vooral uit de volkstelling van 1807 zijn veel gegevens bekend, ook
over huisvesting en gezinnen en de beroepen die in Bergen werden beoefend.
Na boeren en boerenknechten, de grootste beroepengroep, komen de dagloners
met al hun verschillende werkzaamheden in het dorp en de duinen, in aantal
op de tweede plaats. Kr.Thema 4/98, p8. Zie ook Bergen en de Bataafse
republiek Volksvermakelijkheden. 1.
Sinds 1896, en waarschijnlijk al eerder, werden er in
Bergen op 31 augustus of 1 september volksvermakelijkheden gegeven. Ze
vonden plaats bij de kastelein Pieter Hilbrand. Enkele hoogtepunten:
prijstonknuppelen, het belachelijkste costuum, harddraverij met bokken,
sleuteltrekken, sloflopen. Er vielen vele prijzen. Kr. 2/96, p27; Kr. 2/97,
p35. 2. Op verschillende plaatsen in het dorp vonden
volksspelen plaats, in het bijzonder op het terrein van De Rustende Jager.
Kr. Thema 5/03, p7. Zie ook Kermis Vredeskerkje.
Het kerkje van Bergen aan Zee, dat later de naam
‘Vredeskerkje zou krijgen, werd in opdracht van mevrouw M.A.D. van
Reenen-Völter ontworpen door de architecten H.L. Baron Taets van Amerongen
en P.Elders. De eerste steen werd in 1918 gelegd. Kr. Thema 2/96, p17 Vriendschap, De.
Deze herberg met kolfbaan werd in 1880 door kastelein
Gerrit Brakenhoff geopend. Na zijn faillissement in 1884 werd ze geveild.
Koper van het gebouw was Heinrich Maschmeijer. Kr.Thema 7/08, p2. Zie
Maschmeijer Vroedvrouw.
De vroedvrouw was in vroeger tijden meestal een
eenvoudige vrouw, geheel in de praktijk gevormd. Haar vaste uitrusting
bestond uit de ‘baarstoel’ en enkele verloskundige instrumenten, waaronder
de verlostang. Vanaf circa 1700 werd het onderwijs aan vrouwvrouwen sterk
verbeterd. Over de vroedvrouwen in Bergen van vóór 1813 is weinig bekend. In
de archieven worden er drie genoemd. Het dorpsbestuur, dat hen aanstelde,
gaf hun een vast inkomen. In 1810 besloot de regering dat vroedvrouwen
voortaan over een diploma moesten beschikken. Na het einde van de Franse
tijd in 1813 werden aan hun kundigheid steeds hogere eisen gesteld. Kr.Thema
4/98, p34. Zie ook Bergen en de Bataafse Republiek Vrouwtje aan het Duin, Het.
Zie Duinvermaak Vuilstort. Kr. 1/11, p6 beschrijft hoe de gemeente Bergen het hergebruik stimuleerde van het huisvuil dat werd gestort op de oude vuilstortplaats aan de Baakmeerdijk en hoe dit resulteerde in verhardingsmateriaal voor duinpaden, herwonnen metalen en compost. VVV. 1. De Vereniging ter bevordering van het Vreemdelingenverkeer te Bergen (N.-H.)
werd op 7 november 1907 opgericht. De eerste voorzitter was Jaap Veldheer;
burgemeester Jacob van Reenen werd tegelijkertijd tot ere-voorzitter benoemd
vanwege zijn verdiensten voor het toerisme. Het VVV kreeg in 1912 een
informatiebureau in de winkel van P.J. Brouwer in de Raadhuisstraat en in
1922 aan de Oude Prinsweg. In 1960 verhuisde men naar het gebouwtje op het
Plein. De vereniging heeft vele projecten opgezet. Midden jaren ’20
organiseerde men in de zomer de Verlichtingsavonden en de bloemencorso’s. In
1935 werd een openluchttheater aangelegd in een duinpan vlakbij Restaurant
Duinvermaak. En elke zomer verscheen een aantal weken het eigen blad, de
‘Bergensche Bad-, Duin- en Boschbode’ . Zie aldaar. Kr. 1/97, p12;
Kr. Thema 3/97, p11.2 .Een van de activiteiten van de VVV is de
uitgifte van kaarten van Bergen en omgeving, vaak vergezeld van een beknopte
toeristische gids,waarin onder andere wandelroutes worden beschreven. Een
bekende kaart in 8 kleuren is die uit 1937; ze werd in 1998 herdrukt.
Kr.2/02, p62. 3. Het honderdjarig bestaan van de VVV in 2007 was
aanleiding tot het belichten van enkele onderwerpen. Onder andere de opkomst
van het toerisme, het eerste bestuur, de eerste wegwijzers naar Bergen
Binnen en Bergen aan Zee, het eerste informatiebureau, de badtrein en de
oorlogsperiode 1940-1945. Kr. 2/07, p15. 4. In vervolg op het
hiervoor genoemde wordt de periode1945-2007 besproken, waarin het toerisme
en het werk van de VVV tot bloei kwamen. In Bergen aan Zee werd in 1953 een
eigen VVV opgericht en de VVV in Bergen Binnen betrok in 1980 een nieuwe
ruimte aan het Plein. De professionalisering van het werk zette door,
evenals de herstructurering op regionaal niveau. Kr. 1/08, p23 Vuurwerk.
Zie Pyrotechniek
Waterstaat.
Zie Polders Waterweg.
Zie Vaarwater Wederopbouw.
Na de capitulatie van de Duitsers in 1945 werd al
spoedig een inventarisatie gemaakt van alle gebouwen, woningen en
voorzieningen die moesten worden hersteld. In Bergen werd een subbureau
Wederopbouw gevestigd. In Bergen aan Zee werd een Wederopbouwplan van kracht
dat vooral de nieuwe straten omvatte en het slopen van de funderingen van
afgebroken panden. De herbouw verliep via de normale procedure van
bouwvergunningen. De wederopbouw kende een voorgeschiedenis die in 1941 in
Londen begon. Kr. 2/98, p34 Wereldoorlog (2-de ). Zie bij: Atlantikwall, Amersfoortse evacués in Bergen, Duitse bezetting, Hongerwinter, Jaap Kroon, Kees Kaandorp, Joodse Gemeenschap, Oorlogsslachtoffers, Verzet, Vliegveld en V1 lanceerbanen Willem Bontekoe. Dit KLM-vliegtuig, een DC6B-toestel, was op 23 augustus 1954 onderweg van New York naar Amsterdam. Na een tussenlanding in Shannon werd een uur voor de landing op Schiphol het contact met het vliegtuig verbroken. Enkele uren later bleek het toestel voor de kust bij Bergen aan Zee te zijn neergestort. Kr. 2/94, p42 Winkels. Zie Middenstand Winkel van Sinkel. Eerste warenhuis in Nederland. Zie Kr 1/09, p13. IJsclubgebouw. 12 november 1901 werd de Berger IJsclub opgericht. Ze sloot zich aan bij de IJsbond Hollands Noorderkwartier. Kr. 2/01, p34. Clubgebouw van de Berger IJssport Vereniging die in 1922 werd opgericht. Het gebouw had oorspronkelijk dienst gedaan als ziekenbarak (zie aldaar) en had tijdelijk enige bewoning gekend. In 1936 verleende gemeente een kantinevergunning. In 1994 werd het gebouwtje gesloopt. Kr. 2/97, p28 Zandhoeve. Zie Volkshogeschool Bergen Zanegeest. Vanuit het ontstaan van strandwallen in West-Nederland wordt de bewoningsgeschiedenis van ons kustgewest beschreven. Met name op de ontwikkeling van de buurtschap Zanegeest wordt gedetailleerd ingegaan. Kr. Thema 6, p34 Zeehuis, Het. Het Burgerlijk Armbestuur te Amsterdam verleende in 1908 opdracht tot de bouw van een herstellingsoord voor weeskinderen annex vakantiekolonie in Bergen aan Zee. Allereerst wordt van de prille jaren van dit ‘Zeehuis’ de sociale geschiedenis beschreven. Aan de orde komen onder andere de bestuursstructuur, de koloniebevolking, de medische verzorging en voeding, alsmede de recreatie. Daarna volgen een beschrijving van de personen en karakters en tot slot enkele fragmenten uit de jaren 1914-1945. Kr. 1/03, p24. Zie ook Koloniehuizen Zeevaart. In juni 1834 vaart Cornelis Leijen, zoon van bakker Jacob Leijen, met de kof ‘Maria Helena’, een opgekalefaterd casco, naar Noorwegen. Aan boord een lading kaas. Ze doen nog Dantzig en Tonningen in Denemarken aan, maar begin Januari 1835 belet de ijsgang de vaart. De reis is in alle opzichten geen succes. De laatste brief van Cornelis komt vanuit Hamburg in Bergen aan. Vanaf dat moment is niets meer van het schip en Cornelis vernomen. Kr. 1/98, p14 Ziekenbarak. Aanvankelijk (in 1915) een houten noodbarak, die waarschijnlijk aan de Nesdijk heeft gestaan, en waarin patiënten werden opgenomen met ziektes van niet-epidemisch karakter. In 1917 werd aan de Kerkedijk 23 een permanent gebouw in gebruik genomen, ontworpen door architect J.C. Leijen. Deze barak was bestemd voor de verpleging van lijders aan besmettelijke ziekten. De laatste patiënt werd op 27 juni 1919 ontslagen Kr. 2/97, p28. Zie ook IJsclubgebouw. Zoeaven. In 1860 veroverde koning Victor Emanuel een groot gedeelte van het pauselijk gebied in centraal Italië. Pius IX riep daarop jongemannen uit alle landen te hulp. Ook drie Bergenaren trokken naar Rome en namen dienst in een zoeavenkorps. Rome bezweek echter in 1870 voor het leger van de koning en de paus trok zich terug in het Vatikaan. Kr. 2/98, p48 Zuilenhof. Deze grote villa, gelegen aan de Oude Bergerweg hoek Loudelsweg, was oorspronkelijk een herberg. August Maschmeijer liet hem in 1884 verbouwen tot een riante woning, die thans tot de monumenten van Bergen wordt gerekend. Hij en zijn nakomelingen hebben er lange tijd gewoond. Kr.Thema 7/08, p3. Zie De Vriendschap; Maschmeijer Zuivelfabriek. Zie Stoomzuivelfabriek Zuivelhandelaren. Een overzicht wordt gegeven van de zuivelhandelaren die in de vorige eeuw tot ongeveer 1980 in Bergen melk, boter, kaas en eieren verkochten, hetzij in de winkel, hetzij in een ventwijk. Ook enkele nevenactiviteiten, zoals het bestieren van een badhuis, komen aan bod, evenals de melkfabriek Juliana in de Oude Dorpsstraat. Kr. 1/03, p10 Zwembaden. 1. Bergen heeft uiteraard voor de jeugdigen altijd ‘zwemplekjes’ gekend. Te noemen vallen de Roosloot, waar deze uitmondt in de ringvaart van de Bergermeer en de Schermersloot zo’n 150 meter het land in voorbij het haventje in Zanegeest. Kr. 2/97, p45. 2. Als eerste ‘echte’ zwembad geldt het openluchtzwembad gelegen op het landgoed Karperton, 1934-1935 (Zie ook Karperton). Kr. 1/97, p 22; Kr. 2/97, p46. 3 . In 1936 opende Pesie’s Natuurbad aan de Bergerweg. Het overleefde de oorlog en heeft tot 1963 bestaan. Kr. 2/97, p46. 4. Een klein overdekt zwembad, De Beeck genaamd, stond zo’n 20 jaar aan de Prins Hendriklaan, maar werd eind jaren tachtig vervangen door een modern recreatiebad als onderdeel van het grote sportcentrum De Beeck, Kr. 2/97, p46
|